Zakgoed, supplementen & BigBoxen

Betaal veilig met iDEAL of Bancontact

Altijd op voorraad

Kies je filters

Categorie
Onderwerp
Type
1 - 24 van 132 artikelen |
Sorteren op:
Voeding en gezondheid
Hoefbevangenheid
Hoefbevangenheid is voor een paard een zeer pijnlijke aandoening, waarbij een ontsteking in de hoef door een ernstige stofwisselingsaandoening problemen veroorzaakt. Maar hoe herken je een hoefbevangen paard? Wat zijn de oorzaken van deze ziekte en belangrijker nog: hoe kun je het behandelen? Wat is hoefbevangenheid? Hoefbevangenheid is een ontsteking binnen in de hoef waardoor de hoeflamellen, die ervoor zorgen dat de hoefwand en het hoefbeen sterk aan elkaar verbonden blijven, gaan ontsteken. Dit heeft tot gevolg dat de verbinding hiertussen kan verbreken en het hoefbeen los komt van de hoefwand, waardoor deze zakt of roteert. De ontstekingen gaan gepaard met koorts en zwelling en dat levert veel pijn op bij het paard. Hoefbevangenheid treedt meestal (het eerst) op aan de voorhoeven. Een paard dat eens hoefbevangen is geweest, blijft altijd gevoelig voor deze aandoening. Hoe kun je hoefbevangenheid herkennen? Een bevangen paard zal proberen de getroffen hoeven te ontlasten door de achterbenen ver onder het lichaam te plaatsen en het getroffen been (of benen) naar voren te zetten. Je zult merken dat je  paard zo min mogelijk wil bewegen, omdat dit pijnlijk is. Soms gaan ze zelfs langdurig liggen om zo de voeten te ontlasten. Afhankelijk van de ernst van de hoefbevangenheid kan het hoefbeen los laten van de hoeflederhuid, waardoor het hoefbeen geen steun meer heeft en kantelt. De punt van het hoefbeen steekt dan in de zool. In ernstige gevallen kun je zelfs zien dat het hoefbeen door de zool heen komt. Oorzaken van hoefbevangenheid Hoefbevangenheid kan verschillende oorzaken hebben. We hebben de vijf meest voorkomende even voor je op een rijtje gezet: 1. Overgewicht Paarden en pony’s die overgewicht hebben, hebben een grotere kans op een verstoord suikermetabolisme, oftewel insulinedysregulatie (vroeger beter bekend als insulineresistentie). Insulinedysregulatie bij paarden veroorzaakt tal van problemen, maar één van de ergste aandoeningen die kan ontstaan is toch wel hoefbevangenheid. Om erachter te komen of je paard insulinedysregeluatie heeft, kun je bij je dierenarts een bloedonderzoek laten doen. Aan de buitenkant is het namelijk lastig te zien. Lees hier meer over insulinedysregulatie bij paarden en hoe je dit kunt testen. Nieuw: Pavo InShape Program Is jouw paard of pony ook te dik en wil je hem op een gezonde manier laten afvallen? Begin dan vandaag nog met het Pavo InShape Program: het complete afvalprogramma voor paarden. Download hier gratis het Pavo InShape Program! 2. Darmstoornissen Een veel voorkomende oorzaak voor darmstoornissen is wanneer een paard een te grote hoeveelheid energierijke voeding binnenkrijgt. Bijvoorbeeld door suikerrijk (voorjaars)gras of een grote hoeveelheid krachtvoer die in één keer wordt gegeven, zoals bijvoorbeeld het leegeten van de voerton. De darmflora wordt hierdoor zodanig verstoord, dat er gifstoffen gevormd worden. Als deze in het bloed terecht komen, kan hoefbevangenheid ontstaan. 3. Baarmoederontsteking Wanneer bij een merrie de nageboorte niet binnen 6 uur na de geboorte van het veulen afkomt, kan er baarmoederontsteking ontstaan. Als deze gifstoffen in het bloed terecht komen kan de merrie hoefbevangen raken. Hou dit dus altijd goed in de gaten bij de geboorte van het veulen 4. Zoolkneuzingen Slechte verzorging van de hoeven kan onder andere leiden tot zoolkneuzingen en ontstekingen. Een regelmatig onderhoud aan de hoeven en om de 6-8 weken bekappen en/of beslaan door een erkende hoefsmid is dan ook aan te raden. Ook langdurig draven op verharde wegen en/of lang trailervervoer kan acute hoefbevangenheid veroorzaken. 5. Geneesmiddelen Door het toedienen van bepaalde geneesmiddelen kunnen giftige stoffen in de bloedbaan terecht komen, waardoor ook hoefbevangenheid kan ontstaan. Als je paard of pony gevoelig is voor hoefbevangenheid is het dus slim om vóórdat je de medicijnen geeft altijd eerst goed de bijsluiter te lezen of overleg met je dierenarts. 6. Ziektes Paarden en pony’s met de Ziekte van Cushing/ PPID zijn extra gevoelig voor hoefbevangenheid. Mijn paard is hoefbevangen. Wat nu? Wanneer je paard bevangen is, kun je het beste het volgende doen: Raadpleeg direct je dierenarts. Geef geen krachtvoer en weidegang meer, maar voer uitsluitend arm en stengelig hooi. In plaats van krachtvoer kun je kiezen voor een vitaminen- mineralensupplement, zoals Pavo Vital of Pavo SummerFit koeken. Zet je paard op nat zand of in de modder om zo de hoef continue te koelen en de druk op de hoef te verdelen/ verlichten. Om pijn en druk te verminderen, is het aan te raden om in overleg met je dierenarts en hoefsmid te bekijken welke andere maatregelen getroffen kunnen worden. Voorkomen van hoefbevangenheid Met deze tips kun je zoveel mogelijk voorkomen dat jouw paard of pony hoefbevangen raakt: Zorg voor een geleidelijke overgang van stal naar wei. Begin met een uurtje per dag en maak dat iedere dag iets langer. Zet je paard in de ochtend buiten, wanneer het fructaan nog laag is en hou eventueel de fructaanindex in de gaten. Let op: na nachtvorst is het, het meest veilig om gevoelige paarden niet op de wei te zetten. Voorkom grazen op een kale weide: kort, gestrest gras bevat namelijk relatief veel suiker. Geef ’s morgens eerst ruwvoer op stal of maak een lekkere natte mix Pavo SpeediBeet of Pavo Fibrebeet. Dit zorgt er namelijk voor dat je paard een vol gevoel heeft, waardoor hij in de eerste uren minder op het gras ‘aanvalt’. Pas de hoeveelheid krachtvoer aan als je paard de wei in gaat. Stripweiden is een goede oplossing voor gevoelige paarden en pony’s. Hierbij zet je een afscheiding in de wei die je steeds opschuift, zodat ze niet onbeperkt gras kunnen eten. Let bij merries op het tijdig afkomen van de nageboorte (binnen 6 uur). Bekijk de webinar: Hoefbevangenheid voeding & behandeling In deze gratis webinar gaat onze nutritionist en dierenarts Veerle Vandendriessche verder in op het ontstaan van hoefbevangenheid, de symptomen en hoe jij als eigenaar hiermee kan omgaan in het weideseizoen. Want: een paard dat eens hoefbevangen is geweest, blijft hier altijd gevoelig voor!
Lees meer 3m
Voeding en gezondheid
Paardenweide onderhouden
Voor een gezonde paardenwei is het belangrijk dat deze regelmatig onderhouden wordt met graszaad en de juiste bemesting. Gebruik de volgende tips en adviezen voor een optimale paardenwei. 1. Inzaaien / doorzaaien van de paardenweide Probeer eenmaal in de 10-15 jaar de wei opnieuw in te zaaien of op zijn minst door te zaaien. Bij het opnieuw inzaaien, wordt de grasmat doodgespoten en meestal na een reparatiebemesting opnieuw ingezaaid. De reparatiebemesting is enorm belangrijk. Het is verstandig om eerst je bodem te laten analyseren, zodat je weet wat de toestand van de verschillende meststoffen is. Je kunt hiervoor contact opnemen met Eurofins Agro in Wageningen. Zij bieden een speciaal pakket aan voor de paardenweide: EquiSoil. Aan de hand van de uitslag van een grondanalyse kan een bemestingsadvies gemaakt worden. Na het aanvullen van eventuele tekorten kan het graszaad de grond in. Gebruik voor het inzaaien graszaad dat bestemd is voor een paardenweide, zoals Pavo GrassSeed, en geen graszaad voor een koeienweide. Ook doorzaaien is een optie. Bij het doorzaaien wordt in de bestaande grasmat het graszaad ingebracht. Het beste moment om in te zaaien of door te zaaien is in het najaar of eventueel het vroege voorjaar. De zomermaanden zijn minder geschikt. 2. Graszaad voor de paardenweide In Nederland wordt meestal BG11 gebruikt, een graszaadmengsel voor rundveeweides. Deze "normale" graszaadmengsels hebben een hoog aandeel Engels raaigras dat erg hard groeit (productiegras) en volledig is afgestemd op de behoeftes van rundvee (o.a. zeer hoge gehaltes aan suiker, energie en eiwit). Met dit soort grassen kunnen koeien uitstekend melk produceren. Voor paarden is dit mengsel echter minder geschikt, aangezien voor paarden beter grassen ingezet kunnen worden die wat structuurrijker en wat suikerarmer zijn. Daarnaast moet in een paardenweide een grasmengsel staan dat een extreem sterke zode vormt en bestand is tegen de wijze waarop paarden weiden (zeer kort het gras afgrazen). Koeien snijden gras af met de tong. Paarden millimeteren het gras met hun tanden. Gras begint weer te groeien vanuit het groeipuntje, daar waar de blaadjes uit de stengel komen. Als het groeipuntje opgegeten is, komt het gras moeilijk weer op gang. Een goed paardenmengsel bevat dan ook gras met een heel laag groeipunt (dicht bij de grond), zodat het gras na consumptie weer snel kan aangroeien. 3. Afwisselend weiden en maaien Voor het behoud van een goede weide is het advies om de weide niet alleen maar te laten beweiden door paarden. Het beste is om het weiden af te wisselen met maaien. Je zult zien dat het af en toe maaien een zeer positief effect heeft op het behoud van de wei! 4. Paardenmest uit de weide halen Iedere paardenhouder weet het wel, maar lang niet overal gebeurt het altijd: de paardenmest moet eigenlijk de wei uit. Dit is vooral belangrijk in verband met wormbesmetting, maar ook om het ontstaan van “bossen” te voorkomen is het beter voor de wei om de paardenmest regelmatig weg te halen.  5. Bemesting van de paardenweide Aan het bemesten van paardenweides wordt vaak weinig aandacht besteedt. Er is bijna niemand die af en toe eens een grondmonster neemt om de bemestingstoestand van een perceel te bekijken om aan de hand daarvan een bemestingsplan op te stellen. Toch is het voor behoud van de weide en de gezondheid van de paarden erg belangrijk om de bodem regelmatig te verzorgen met de juiste meststoffen. Waar je aan kunt denken: 6. Beperk het gebruik van drijfmest Dierlijke mest (drijfmest of “ruige” mest) heeft een uitstekende bemestende waarde. Het voordeel van dierlijke mest is dat de meststoffen uit de mest verspreid over het weideseizoen vrijkomen. Juist omdat dit zo langzaam gaat, heeft uw weide er het hele seizoen profijt van. De meeste loonwerkers rijden 20 m3 (kuub) per hectare uit als ze worden ingeschakeld om dierlijke mest uit te rijden. Over het algemeen is dat voor een paardenweide te veel. De reden daarvoor is het hoge kaliumgehalte in de mest. Te hoge kaliumgehaltes in de bodem maken het moeilijk voor het gras om magnesium en andere, voor paarden belangrijke, sporenelementen op te nemen. Laat de loonwerker dan ook geen 20 m3, maar rond de 10m3 – 15 m3 drijfmest per hectare uitrijden. Varkensmest bevat hogere gehaltes aan meststoffen dan rundveemest. Het beperken van drijfmest kan dus ook betekenen dat je bewust kiest voor rundveedrijfmest in plaats van varkensmest als er toch wat meer mest geïnjecteerd moet worden. 7. Kunstmest voor de paardenweide Wanneer het voorjaar weer voor de deur staat, zijn veel mensen gewend dat er weer kunstmest gestrooid moet worden. De “normale” kunstmest die daarvoor gebruikt wordt, bevat meestal N-P-K (Stikstof / Fosfaat / Kali). De stikstof die in normale kunstmest zit, komt na het strooien in een in een dag of tien vrij. Het gras krijgt daardoor een enorme groeispurt en bevat daardoor meestal relatief hoge eiwit- en suikergehaltes; voor paarden is dit niet gewenst! Sinds 2003 is er een speciale kunstmest voor de paardenweide op de markt: Pavo FieldCare. Onze FieldCare bevat een speciale stikstofverbinding, die langzaam (in 2 tot 3 maanden) vrijkomt. Deze vorm van stikstof heet ENTEC-Stikstof. ENTEC-Stikstof wordt gemaakt door de firma BASF en wordt gebruikt daar waar de stikstof in de bodem langzaam vrij moet komen. Het voordeel hiervan is dat het gras goed groeit, maar zowel de suiker als de eiwitgehaltes in het gras wat lager blijven. Op onderstaande foto is het verschil goed te zien tussen een bemeste en onbemeste wei: de buitenste paardenweides zijn bemest met Pavo FieldCare, het middelste, lichtere veld is onbemest. 8. Extra fosfor als voedingsstof Fosfor is erg belangrijk voor de jeugdgroei van de wortels, waardoor de jonge grasplantjes meer voedingsstoffen uit de bodem kunnen halen. Onkruiden en slechtere grassoorten worden door een goede fosfaattoestand teruggedrongen. Daarnaast is fosfor voor het paard een belangrijke bouwsteen voor ontwikkeling van het beendergestel. Fosfor die in de bodem zit, wordt in het voorjaar moeilijk opgenomen door de plant. In een meststof voor paardenweides is fosfor dus belangrijk voor het wortelgestel van het gras en voor een gezond beendergestel van het paard. 9. Magnesium toevoegen aan de paardenweide Magnesium is een belangrijke bouwsteen voor het bladgroen. De magnesiumbehoefte van paarden is ook vrij groot. Over het algemeen zijn magnesiumgehaltes in de bodem laag en gehaltes aan bijvoorbeeld kalium te hoog, waardoor magnesium moeilijk opgenomen wordt. Vandaar dat het geven van magnesium aan een paardenweide belangrijk is. Een methode daarvoor is het geven van Magnesoman (N-P-K meststof met Magnesium) of een speciale meststof voor de paardenweide. 10. Maak het smakelijker met zout Natrium, oftewel zout, is een belangrijk element voor de smakelijkheid van het gras. Het bevordert niet de grasgroei, maar maakt het gras extra smakelijk voor de paarden. Daarnaast hebben paarden die veel werken een hoge behoefte aan natrium. Door Pavo FieldCare te gebruiken, verhoog je de smakelijkheid van het gras en geef je de paarden wat extra zout. 11. Kalk strooien in het najaar Bij de meeste paardenweides die onderzocht worden, blijkt dat de pH-waarde veel te laag is: de bodem is verzuurd. In een zure bodem is het voor een plant moeilijker om voedingsstoffen op te nemen. Een zure bodem “repareren” kan door kalk te strooien. Het beste moment daarvoor is in het najaar (september – november). Door de kalk in de herfst te strooien, zal de pH van de bodem weer op peil zijn op het moment dat het gras in het voorjaar weer begint te groeien. Graslandbeheer in het kort: zo onderhoud je de paardenweide Graslandvernieuwing: inzaaien of doorzaaien eenmaal in de 10-15 jaar. Als je opniew gras gaat inzaaien, neem dan van tevoren een bodemmonster om de bemestingstoestand van de bodem te controleren en eventueel te corrigeren, voordat het gras de grond in gaat. Gebruik een graszaadmengsel dat geschikt is voor paarden. Probeer het weiden af te wisselen met maaien. Verwijder paardenmest uit de wei. Dierlijke mest is uitstekende meststof voor de paardenweide. Maar beperk de gift aan dierlijke mest wel. Gebruik bij voorkeur een meststof voor de paardenweide waarbij de stikstof langzaam vrijkomt en de suiker en eiwitgehaltes in het gras wat lager blijven. Elementen als magnesium en natrium moeten in een paardenweide extra aandacht krijgen. Om de pH-waarde op peil te houden, is het strooien van kalk in het najaar aan te bevelen.
Lees meer 4m
Voeding en training
Bietenpulp voor paarden
Bietenpulp voor paarden bestaat uit ruwvoer en bevat veel vezels. In dit artikel lees je meer over de voordelen van bietenpulp en waarom het gezond is om aan je paard te voeren. Het dagelijkse paardenmenu bestaat uit ruwvoer en eventueel krachtvoer en/of supplementen. Het belangrijkste onderdeel van dit menu zijn de vezels uit ruwvoer. Paarden halen hun (langzaam vrijkomende) energie grotendeels uit vezels door fermentatie in de dikke darm. Het hele maagdarmkanaal van een paard is zo ingericht dat het de hele dag vezels wil verteren – denk maar aan hoe paarden in de vrije natuur de hele dag door grazen. Vezels zijn heel belangrijk voor de gezondheid van een paard, want zonder deze vezels werkt het spijsverteringskanaal niet naar behoren. Bietenpulp is een hoogwaardig ruwvoer bestaande uit supervezels. Voordelen bietenpulp voor paarden Vezels uit bietenpulp hebben een goede werking op de darmgezondheid van het paard. De vezels voeden de bacteriën die leven in de dikke en de blindedarm, ze hebben een zogenoemde prebiotische werking. Hierdoor blijven de bacteriën die in de darmen leven in topconditie, worden voedingstoffen in het hele paardenmenu beter verteerd en komen er minder schadelijke afvalstoffen vrij. De combinatie van de prebiotische werking en het extreem lage suikergehalte in bietenpulp maakt dit product zeer geschikt om magere paarden op een gezonde en veilige manier op gewicht te brengen. Het lage suikergehalte zorgt er ook voor dat bietenpulp geschikt is voor paarden die gevoelig zijn voor suiker, zoals paarden met insulineresistentie, hoefbevangenheid, equine metabool syndroom (EMS) of PPID (ziekte van Cushing).   Verder bevat bietenpulp pectine, wat helpt om de maag tegen maagzuur te beschermen. Dit doet pectine door een beschermende laag in de maag aan te maken. Pectine is een oplosbare vezel, in tegenstelling tot andere ruwe vezels die alleen verteerd worden door middel van bacteriën in de dikke darm – ook wel fermentatie genoemd. Dit maakt dat pectine zowel een prebiotische werking heeft in de maag als in de darmen. Bietenpulp is een fantastische bron van langzaam vrijkomende energie en perfect geschikt voor (wedstrijd)paarden. Let op: bietenpulp moet aangemaakt worden met water en is daardoor een uitstekende ruwvoeraanvulling voor paarden met gebitsproblemen. Bietenpulp zonder melasse Bietenpulp is een bijproduct van de suikerbietenindustrie. Nadat sap wordt gewonnen uit de cellen van de suikerbieten blijft de pulp over. Deze pulp wordt vervolgens gebruikt voor diervoeding. Het sap uit de bieten wordt gekookt en ingedikt, daaruit wordt melasse gehaald en wat overblijft is suiker. Melasse is een stroperige vloeistof en wordt gebruikt als grondstof voor de productie van bakkersgist, citroenzuur, gistextracten en alcohol. In diervoeders wordt melasse gebruikt als bindmiddel bij het drogen en persen van bietenpulp. Pavo is erin geslaagd om volledig ongemelasseerde bietenpulp te produceren in de vorm van Pavo SpeediBeet! Hierdoor is het suikergehalte in de Pavo bietenpulp zeer laag en dus ook prima geschikt voor paarden die hier gevoelig voor zijn.  Bekijk de video: waarom is Pavo SpeediBeet gezond?  Bietenpulp weken Bietenpulp is zeer droog en bevat slechts 5% vocht. Normale bietenpulp moet ongeveer 12 uur weken voordat het veilig gevoerd kan worden. Binnen 24 uur moet bietenpulp gevoerd worden om bacteriën en schimmels geen kans te geven zich te ontwikkelen. Wanneer bietenpulp niet geweekt wordt voor het voeren kan dit een slokdarmverstopping veroorzaken. De droge bietenpulp zal in het spijsverteringsstelsel van het paard in contact komen met lichaamssappen en uitzetten. Zorg er dus altijd voor dat je bietenpulp veilig bewaard, zodat je paarden er niet per ongeluk bij kunnen! Bietenpulp van Pavo Omdat veel paardenhouders het erg onhandig vinden om bietenpulp 12 uur van tevoren te weken heeft Pavo een speciale bietenpulp ontwikkeld. Doordat de bietenpulp wordt bewerkt via een gepatenteerd verhittingsproces kan het product snel – binnen 10 minuten - geweekt worden, in zowel warm als koud water. Zo maak je snel een gezonde maaltijd klaar! Om het suikergehalte in onze bietenpulp laag te houden wordt bietenpulp gespoeld voordat het wordt verwerkt in diervoeders. In Nederland wordt bietenpulp tweemaal gespoeld. Pavo laat bietenpulp speciaal uit Engeland komen waar bietenpulp viermaal wordt gespoeld! Pavo bietenpulp heeft hierdoor slechts een suikergehalte van 5%. Pavo heeft twee verschillende producten met bietenpulp: Pavo SpeediBeet en Pavo FibreBeet. Pavo SpeediBeet Pavo SpeediBeet is gemaakt van 100% snelwekende, ontsuikerde bietenpulpvlokken en bevat verder geen enkele toevoeging. SpeediBeet is ideaal om je paard op een veilige manier extra supervezels en energie bij te geven en een gezonde darmflora te ondersteunen. Dankzij de aanwezige pectine is het ook een goede aanvulling voor paarden met gevoelige maag/darmen. Pavo Speedibeet kan enkel nat gevoerd worden, dit maakt het product ook zeer geschikt voor (oude) paarden met een slecht gebit. Pavo FibreBeet Pavo FibreBeet bestaat uit Pavo SpeediBeet (snelwekende, ontsuikerde bietenpulp) verrijkt met eiwitten uit luzerne. Het is uitermate geschikt om paarden die behoefte hebben aan extra energie en eiwit te ondersteunen, zónder ze heet te maken. Pavo FibreBeet is ontwikkeld als risicoloze dikmaker voor paarden, ideaal voor paarden met een conditieachterstand, maar ook zeer geschikt voor (sport)paarden met een arme bespiering.  Pavo Fibrebeet moet ook geweekt gevoerd worden. Dit maakt het product ook geschikt voor (oudere) paarden met gebitsproblemen. Het toedienen van extra vocht is daarnaast ook zeer belangrijk na zware inspanning om uitdroging te voorkomen en herstel te ondersteunen.    
Lees meer 3m
Voeding en gezondheid
Luzerne voor paarden, waar moet je op letten?
Luzerne bijvoeren aan je paard kan gezond zijn, want het heeft unieke eigenschappen. Voor welke paarden is het geschikt en voor welke minder? En hoe ga je om met het hoge eiwitgehalte en de scheve calcium-fosforverhouding? Luzerne is een gewas dat voor veel paarden (maar niet alle!) een geschikte aanvulling op het dagelijks rantsoen is. Het wordt veel gebruikt als vezelbron om door het krachtvoer te mengen. Hierdoor kauwen paarden beter op hun voer. In principe is dit prima, maar luzerne heeft een aantal eigenschappen waar je rekening mee moet houden. Opvallende eigenschappen van luzerne Laag suikergehalte Gemiddeld hooi bevat zo’n 10-15% suikers. Luzerne daarentegen bevat gemiddeld slechts 3% suikers. Zelfs als er melasse aan luzerne wordt toegevoegd (lees verderop waarom dit soms gebeurt) is het suikergehalte nog steeds erg laag. Hoog eiwitgehalte Het hoge eiwitgehalte in luzerne (zo’n 16%) is wel een aandachtspunt. Voor sportpaarden die veel werken en spieren moeten opbouwen is het goed, maar voor de meeste andere paarden is het meer dan ze nodig hebben. Daarom wordt luzerne vaak gemengd met gehakseld hooi of stro, bijvoorbeeld in Pavo DailyPlus. Hierdoor zakt het aandeel eiwit naar 10,5%. Positief effect op maagzweren De structuur in luzerne nodigt uit tot goed kauwen. Dit is op zichzelf al een goede maatregel om de ontwikkeling van maagzweren tegen te gaan, maar daarnaast bevat het veel calcium wat helpt maagzuur te neutraliseren. Hierdoor voorkomt het een erge verzuring van de maag en helpt daarmee een gezonde maagwand te behouden. Voor welke paarden is luzerne geschikt? Jonge paarden in de groei, sportpaarden, zogende merries en oudere en magere paarden kunnen extra energie en voedingsstoffen gebruiken. Luzerne is dan een heel geschikte aanvulling. Let wel op dat wanneer je grotere hoeveelheden per dag bijvoert (meer dan 2 kg) je de scheve calcium-fosforverhouding compenseert door een supplement, lijnzaad of zemelen bij te voeren. Je kunt ook een uitgebalanceerd krachtvoer kiezen en dit mengen met luzerne of Pavo DailyPlus voor meer structuur en extra eiwit. Voor suikergevoelige paarden, bijvoorbeeld bij hoefbevangenheid, insulineresistentie en EMS zou luzerne in principe geschikt zijn vanwege het lage suikergehalte. Maar let op, dan zou je het als ruwvoervervanger moeten geven en daar is het eiwitgehalte weer veel te hoog voor. Deze paarden hebben meer baat bij een suikerarm ruwvoer en eventueel aanvulling met Pavo SpeediBeet (dat maar 5% suiker en geen zetmeel bevat) of Pavo Fibrebeet (5% suiker en 3% zetmeel), dat daarnaast aangevuld wordt met een vitamine- en mineralenbalancer, zoals Pavo Vital of Pavo DailyFit koeken, en/of met Pavo DailyPlus. Hoeveel luzerne geef je aan je paard? Luzerne is een waardevol voedermiddel in het rantsoen, maar hoeveel moet je dan voeren? De hoeveelheid die je dagelijks zou moeten geven, hangt af van het eiwitgehalte in je ruwvoer, wat je wilt bereiken en wat voor paard je hebt. Geef je slechts een paar handjes als extraatje door het krachtvoer, dan stimuleer je alleen het kauwen. Wil je echt extra energie en eiwit geven, dan is het nodig om een volwassen paard van 600 kg in ieder geval 1,5 – 3 kg luzerne te voeren. Dat zijn 1 tot 2 volle emmers per dag. Compenseer in dat geval de scheve calcium-fosforverhouding met speciale supplementen voor paarden. Luzerne wordt ook veel gebruikt als grondstof in paardenvoeders, zowel in muesli als in brokken. Het bevat waardevolle voedingsstoffen en veel vezels, slechts weinig suiker en paarden vinden het heel lekker. In de volwaardige voeders is de scheve calcium-fosforverhouding al gecompenseerd en tegelijkertijd worden de vitaminen en mineralen in de juiste hoeveelheden uitgebalanceerd. Luzerne voeren aan je paard: hier moet je op letten Als je luzerne aan je paard wilt gaan voeren, zijn er een aantal dingen waar je op moet letten: de manier van drogen (kunstmatig of zongedroogd; beide hebben voor- en nadelen), de scheve verhouding tussen calcium en fosfor en mogelijke gevoeligheid voor eiwit bij je paard.   Kunstmatig gedroogde luzerne ​In Nederland wordt de meeste luzerne kunstmatig gedroogd, waarbij je stof in het eindproduct ziet. De meeste mensen vinden dat niet prettig. Echter deze stof is afkomstig van de luzerneblaadjes, die juist de meeste voedingsstoffen bevatten (essentiële aminozuren, vitaminen en mineralen). De stengels bestaan hoofdzakelijk uit slechter verteerbare vezels. Om te voorkomen dat paarden dit inademen zeven de meeste producenten het bladstof eruit, waarna ze het met behulp van melasse persen tot kleine brokjes. Deze voegen ze toe aan het eindproduct Zo blijft de voedingswaarde van de complete plant behouden. Andere producenten zeven het bladstof uit en laten alleen de stengels in gehakselde vorm zitten. Het eindproduct is dan weliswaar stofvrij, maar de waardevolle voedingsstoffen zijn verdwenen en de droge stengels kunnen erg prikken in de mond en maag van het paard. Sommige paarden vinden dit niet prettig. Zongedroogde luzerne Er bestaat ook zongedroogde luzerne. Het voordeel is dat het minder bladstof bevat, het nadeel is dat de voedingswaarde niet constant is. In volwaardige voeders wordt dit per batch uitgebalanceerd. In pure zongedroogde luzerne is dit niet het geval. Scheve calcium-fosforverhouding  Houd er rekening mee dat luzerne twee keer zoveel calcium bevat als gewenst, namelijk 4:1 in plaats van 2:1. Bij het voeren van grotere hoeveelheden luzerne dien je dit te compenseren met supplementen, die speciaal voor dit doel zijn ontwikkeld of met granen of zemelen. Te veel calcium in het rantsoen belemmert namelijk een goede opname van magnesium. Magnesium is zeer belangrijk voor een soepele werking van de spieren.
Lees meer 3m
Voeding en training
Eiwit in paardenvoeding
Eiwit is een noodzakelijke voedingsstof voor paarden. Dus is het belangrijk dat het paard dagelijks via voeding de nodige eiwitten en aminozuren binnenkrijgt. Maar wat zijn eiwitten precies? Hoeveel eiwitten heeft een paard nodig? En in welk paardenvoer zitten de meeste eiwitten? In paardenvoeding zitten drie essentiële voedingsstoffen: vetten, koolhydraten en eiwitten. Van alle onderdelen in het dieet van het paard is eiwit waarschijnlijk het meest onbegrepen. Lange tijd werd gedacht dat eiwit diende als energiebron voor het lichaam. Tegenwoordig weten we dat eiwitten - naast water, dé bouwstoffen voor alle weefsels in het lichaam zijn. Eiwitten in het paard Eiwit is een belangrijke voedingsstof voor paarden, omdat eiwitten bij vrijwel alle vitale processen in het lichaam van het paard betrokken zijn. Een eiwit bestaat uit een soort ketting van (verschillende) aminozuren. Als een paard eiwitten opneemt, breken enzymen en zuren in het spijsverteringskanaal de keten van aminozuren af. De individuele aminozuren gaan door de wand van de dunne darm naar de bloedbaan. Daar worden ze via de lever getransporteerd naar plaatsen waar ze nodig zijn voor groei en herstel van weefsels. Het lichaam kan echter niet alle typen aminozuren zelf maken, daarom moeten ze dagelijks in de voeding aanwezig zijn. Essentiële Aminozuren Een paard heeft de mogelijkheid om, wanneer daar behoefte aan is, bepaalde aminozuren in de lever om te bouwen tot een andere samenstelling. De aminozuren die een paard zelf kan maken noemen we ‘niet-essentiële aminozuren’. Er zijn ook aminozuren die een paard níet zelf kan maken, en deze ‘essentiële aminozuren’ alleen via de voeding kan binnenkrijgen. Met name lysine, methionine cysteïne en tryptofaan zijn belangrijke aminozuren voor het paard. Luzerne, lijnzaad en soja zijn bijvoorbeeld goede bronnen van essentiële aminozuren. De eiwitbehoefte van een paard De eiwitbehoefte verschilt per type arbeid en of een paard bijvoorbeeld drachtig is (geweest). Volgens het CVB Tabellenboek (2009) ligt de onderhoudsbehoefte van een volwassen paard op ongeveer 500 gram eiwit per dag. De behoefte van een sportpaard dat (zeer) zware arbeid moet verrichten, is grofweg twee keer zo hoog. Een lacterende merrie heeft met een gemiddelde behoefte van 1.600 gram eiwit per dag een drie keer zo hoge behoefte als een paard in onderhoud. Zie ook onderstaand schema. TYPE PAARD BEHOEFTE AAN EIWIT IN GRAM/DAG Volwassen paard 600 kg (warmbloed)   Onderhoud gemiddeld 521 Lichte arbeid 671 Gemiddelde arbeid 750 Zware arbeid 807 Zeer zware arbeid 1164     Drachtige merries   Maand 10 736 Maand 11 850     Lacterende merries   Maand 1 1593 Maand 2 1650 Maand 3 1650 Bron: CVB Tabellenboek, 2009 Eiwit in paardenvoer Het is dus belangrijk om de hoeveelheid eiwit in het rantsoen goed af te stemmen op de behoefte van je paard. Zo hebben drachtige en lacterende merries een andere eiwitbehoefte dan paarden die recreatief worden gereden of paarden die juist zware arbeid moeten verrichten in de sport. Fokkerij Opgroeiende paarden en drachtige en lacterende merries hebben veel bouwstoffen nodig. Daarom bevatten onze fokkerijproducten Pavo PodoLac, Pavo PodoStart en Pavo PodoGrow relatief hoge en kwalitatieve eiwitgehaltes. Sport Hard werkende sportpaarden hebben ook voldoende eiwitten nodig voor onder andere spieropbouw en spierherstel, waarvoor Pavo TopSport , Pavo Ease&Excel , Pavo Performance en Pavo Fibrebeet geschikt zijn. Hierbij zijn Pavo Performance en Pavo Ease&Excel uitermate geschikt voor optimale spierfunctie en spierherstel (energy level high), terwijl Pavo TopSport, als muesli-topping, zorgt voor optimale spieropbouw. Om je paard of pony (weer) in perfecte conditie te brengen is Pavo Fibrebeet de oplossing door de kwalitatief hoogwaardige eiwitten uit luzerne die erin verwerkt zijn. Recreatief/ sobere rassen ​Sobere rassen of paarden en pony’s die veel in de wei lopen en weinig werken, hebben naast ruwvoer maar weinig extra eiwit nodig. Voor deze paarden is een vitamine- mineralenbalancer, zoals Pavo Vital of een Pavo DailyFit koek voldoende. Oudere paarden Voor oudere paarden zijn internationaal geen exacte eiwitbehoeftes bekend. Er zijn wel sterke aanwijzingen dat de behoefte toeneemt naarmate het paard ouder wordt. In onze senioremuesli Pavo 18Plus hebben we hier dan ook rekening mee gehouden. Pavo hanteert bij paarden ouder dan twintig jaar een 20 tot 25 procent hogere behoefte dan het onderhoudsniveau van ‘normale’, jongere paarden. Dit betekent voor oudere paarden een dagelijkse onderhoudsbehoefte van 625-650 gram eiwitten. Verder is als aanvulling of lekkernij Pavo FibreBeet (11% eiwit) zeer geschikt. Fibrebeet is de veilige oplossing voor arm bespierde of zelfs dunne paarden. Door zijn vezelrijke inhoud past hij in ieder rantsoen. Is teveel eiwit schadelijk? Als het opgenomen eiwit niet wordt gebruikt als bouwstof, kan een paard het gebruiken als energiebron. Dit is niet schadelijk, maar ook niet erg efficiënt. Een teveel aan eiwit wordt via de nieren uitgescheiden als ammoniak. Die is belastend voor stal, milieu en paarden met luchtwegproblemen. Van belang is daarom dat de inname in balans is met wat jouw paard nodig heeft. Eiwit in ruwvoer Ruwvoer moet in principe het grootste deel van de dagelijkse eiwitbehoefte van je paard leveren. Maar steeds meer paardenhouders voeren ruwvoer van een onbemest grasland. Dit is op zich niet verkeerd, maar het is wel belangrijk dat het ruwvoer voldoende eiwit bevat, met name voor sportpaarden, lacterende merries en opgroeiende veulens. Door het land niet te bemesten krijg je namelijk vaak ruwvoeders met hogere suikergehaltes en lage eiwitgehaltes. Om deze reden hebben wij Pavo FieldCare ontwikkeld: kunstmest speciaal voor de paardenweide. Uit 1.300 ruwvoeranalyses voor paarden blijkt dat 39% van alle ruwvoermonsters die onderzocht zijn een laag tot zeer laag eiwitgehalte heeft. Dit is zelfs te laag voor de onderhoudsbehoefte van paarden die geen arbeid verrichten, maar zeker voor sportpaarden is aanvulling van eiwit dan noodzakelijk. 36% van de ruwvoermonsters heeft een gemiddeld eiwitgehalte en een kwart een hoog tot zeer hoog eiwitgehalte. Benieuwd naar de waarden van jouw ruwvoer? Laat dan een ruwvoeranalyse doen. Met een Pavo Ruwvoer Quickscan kun je al voor € 23,95 testen hoeveel eiwit, suiker, energie en drogestof-gehalte je ruwvoer bevat. Deze gegevens kun je vervolgens weer gebruiken om – waar nodig – de juiste krachtvoeraanvulling te geven.
Lees meer 3m
Voeding en training
Ruwvoer zelf maaien en hooien
Wanneer je je paarden aan huis hebt staan of een gedeelte van je wei kunt gebruiken voor het zelf maaien van ruwvoer, heeft dat veel voordelen. Vooral voor je portemonnee! Maar hoe doe je zoiets? Hoelang moet het gras drogen voor voordroogkuil en hoelang voor hooi? En hoe zorg je voor een zo laag mogelijk suikergehalte? We leggen het graag uit. Hooi laten drogen en opslaan Ruwvoer is één van de eerste levensbehoeften van paarden. In de natuur scharrelen ze de hele dag rond en het beste is dan ook om ze nooit te lang zonder ruwvoer te laten staan. Onder ruwvoer verstaan we gras in de weide, maar ook hooi of voordroogkuil. Door het gras te laten drogen (kunstmatig of natuurlijk) wordt het vochtgehalte lager, ca 15-30 %. Gras laten drogen tot het hooi wordt, duurt ongeveer 5 dagen, afhankelijk van de weersomstandigheden. Door het lage vochtgehalte is het lang te bewaren (meer dan een jaar), omdat het ongevoeliger is geworden voor schimmels en andere micro-organismen. Hooi moet je wel droog opslaan. Hoe maak ik hooi voor paarden met een laag suikergehalte? Er zijn verschillende factoren die het suikergehalte in het gras bepalen. Voor paarden willen we deze het liefst zo laag mogelijk houden. Ga je zelf hooi maken? Dan is onder andere het tijdstip van maaien heel belangrijk. Op een normale zomerdag zijn de suikergehaltes ’s morgens heel vroeg namelijk het laagst. Als je gras gaat maaien om hooi van te maken, maai het gras dan tussen 05.00 uur en 10.00 uur ’s ochtends. Daarnaast stijgen suikergehaltes in het gras bij een tekort aan water (droogte) en als de bodem onvoldoende meststoffen bevat. Zorg dus dat je de wei een goede onderhoudsbemesting geeft. Gebruik bijvoorbeeld Pavo FieldCare: dit is een kunstmest speciaal voor paardenweides. Voordroog maaien en hooien Voordroogkuil krijg je door het gras ongeveer 3 dagen te drogen op het land en het daarna in te wikkelen met folie. De invloed van zuurstof wordt hierdoor beperkt en er treedt een verzuring op in de baal voordroogkuil. Deze wordt veroorzaakt door bacteriën, waarmee de houdbaarheid wordt vergroot. Door het hoge vochtgehalte (ca. 25-30% vocht) kan een aangebroken baal kuil gaan schimmelen. Zorg ervoor dat een aangebroken baal voordroogkuil binnen 4 à 5 dagen wordt verbruikt. In de warme zomermaanden kan de houdbaarheidstermijn van een aangebroken baal nog kleiner zijn door broei. De voedingswaarde van het hooi bepalen Met behulp van eigenschappen als geur, kleur en samenstelling kun je een redelijke inschatting maken van de kwaliteit van het hooi. Toch zegt dit niet alles over de voedingswaarde. Hiervoor kun je een analyse laten uitvoeren door het Bedrijfslaboratorium voor Grond- en Gewasonderzoek Eurofins Agro te Oosterbeek. Dit kan onder andere via de Pavo Ruwvoer Quickscan. Dit is een snelle analyse waarbij je weet hoeveel suiker, eiwit en energie er in je ruwvoer zit. In het rapport worden de uitkomsten weergegeven op een schaal van 1 tot 5, waarbij 1 ‘laag’ is en 5 ‘hoog’. Welke waardes je nastreeft, hangt helemaal af van de behoefte van je paard (dit vindt je ook terug in het rapport).   Kleur en geur van hooi Aan de kleur en geur van het hooi kun je wel wat informatie over de droogperiode afleiden. Groen: hooi met een groene kleur en een frisse kruidige geur heeft kort op het land gelegen om te drogen (ca. 4 dagen). Het aandeel verteerbaar ruw eiwit is hoog, evenals de energiewaarde. Licht bruin: dit hooi heeft een karamelachtige geur doordat het licht gebroeid heeft. Hierdoor is de voedingswaarde afgenomen (0,66 eenheden / kg ds). Bruin-zwart: de zwarte kleur kan veroorzaakt worden door zware broei. Tevens geeft de broei een muffe geur en is dus voor het paard minder smakelijk. Kwaliteit van voordroogkuil bepalen Ook van voordroogkuil kun je een redelijke inschatting maken op basis van je zintuigen. Allereerst moet het schimmelvrij zijn; er mogen geen witte plekken in de baal zitten. Als je dit wel het geval is, betekent dit dat het folie lek is en het voer is bedorven. Kuil die op een goede manier is gewonnen, heeft een frisse lichtzure geur. Wanneer er een sterke rottingsgeur vrijkomt dan is het vochtgehalte vaak groter dan 60%. Meestal wordt deze onaangename geur veroorzaakt door bacteriën, die ammoniak en boterzuur produceren. Deze zogenaamde ‘natte kuil’ is minder geschikt voor paarden.
Lees meer 2m
Voeding en training
Wat is het verschil tussen Pavo FibreBeet en SpeediBeet?
Pavo FibreBeet en Pavo SpeediBeet lijken op het eerste gezicht erg op elkaar: het zijn beide ruwvoerproducten en moeten allebei eerst in water geweekt worden voor je het kunt voeren. Toch hebben deze ‘broertjes’ allebei een andere functie. Pavo SpeediBeet: voor gezonde darmflora Pavo SpeediBeet is snelwekende, laag suiker bietenpulp en bedoeld om paarden op een veilige manier extra supervezels en energie bij te voeren. Dankzij de pectine die er inzit, is SpeediBeet ook heel geschikt voor paarden met gevoelige maag en darmen. Voor paarden die veel last hebben van diarree en/of gevoelig zijn voor koliek is het belangrijk om goede vezels te voeren en het suiker- en zetmeelgehalte zo laag mogelijk te houden. Pavo SpeediBeet bevat helemaal geen zetmeel en een suikergehalte van slechts 5%. Geschikt voor: paarden met gevoelige maag-darmen en als gedeeltelijke ruwvoervervanger voor ouder paarden die slecht kunnen kauwen. Voeradvies: hou voor een gezonde aanvulling 50 gram Pavo SpeediBeet per 100 kg lichaamsgewicht per dag aan. Gebruik je Pavo SpeediBeet als gedeeltelijke ruwvoervervanger, bijvoorbeeld omdat je paard niet meer goed kan kauwen? Dan kun je het opvoeren tot max. 400 gram per 100 kg lichaamsgewicht per dag. Meng 1 deel SpeediBeet met 3 delen water en laat het 10 minuutjes in lauwwarm water weken (20 minuten in koud water) voor je het voert. Pavo SpeediBeet is een bron van supervezels ter ondesteuning van een goede darmflora. Als je paard mager is en achterblijft in conditie, is Pavo FibreBeet eerder aan te raden. Pavo FibreBeet: voor conditieherstel Pavo FibreBeet is eigenlijk de eiwitrijke variant van SpeediBeet. Het is een combinatie van SpeediBeet (50%), verrijkt met eiwitten uit luzerne (30%) en goed verteerbare sojahullen (18%). Deze mix van vezels is uitermate geschikt voor paarden die behoefte hebben aan extra energie en eiwitten, zònder dat ze er heet van worden. Pavo FibreBeet past perfect in het rantsoen van (sport)paarden met arme bespiering en (oudere) paarden die te dun zijn en op een gezonde manier in gewicht moeten aankomen. Pavo FibreBeet bevat daarnaast een zeer laag suiker- en zetmeelgehalte en is volledig graanvrij.  Waar paarden nog weleens moeten wennen aan de smaak van Pavo SpeediBeet, vinden ze Pavo FibreBeet over het algemeen lekker. Dit komt doordat we een klein beetje van het kruid Foenegriek hebben toegevoegd voor de smakelijkheid. Geschikt voor: oude, magere paarden en sportpaarden met arme bespiering. Voeradvies: het dagelijkse advies is om 100 gram FibreBeet per 100 kg lichaamsgewicht te voeren. Als je paard of pony flink in gewicht mag aankomen, kun je dit opvoeren tot een max. van 1 kilo per 100 kg lichaamsgewicht. Week 1 deel Pavo FibreBeet met 3 delen water en laat het 15 minuten staan voor je het aan je paard voert (45 minuten als je het met koud water mengt). Goed roeren en je ruwvoermaaltijd is klaar!     Tip: zowel Pavo SpeediBeet als FibreBeet zijn gezonde ruwvoervezels en ideaal te combineren met Pavo 18Plus voor oudere paarden. Is je oude paard te dun? Dan is Pavo FibreBeet meer geschikt. Bekijk de video: zo voer je Pavo SpeediBeet  
Lees meer 1m
Voeding en training
Paard met maagzweer? Dit moet je weten
Alles over maagzweren bij paarden: hoe ze ontstaan, hoe je ze herkent en hoe je ze kunt voorkomen. Maagzweren komen regelmatig voor bij paarden en pony’s. Dat heeft gevolgen voor de gezondheid en de prestaties die we van ze verwachten. Maar wat zijn maagzweren eigenlijk? Hoe ontstaan ze? Hoe herken je ze? En nog belangrijker: hoe kun je maagzweren voorkomen?   Hoe ontstaat een maagzweer? Maagzweren zijn ontstekingen van de maagwand, die ontstaan nadat de beschermende slijmvlieslaag is aangetast. Stel je de maag van je paard voor als een soort zak van 8 tot 12 liter, waar het eten via de slokdarm in terecht komt. De onderste helft is met een klierrijke slijmvlieslaag bekleed. Hier wordt maagzuur geproduceerd. Dit helpt bij de vertering van de voedselmassa, maar heeft daarnaast nog een andere belangrijke functie. Met zijn eten krijgt een paard ook allerlei bacteriën en andere, voor zijn spijsvertering ongewenste, zaken mee. Die worden door dat zuur onschadelijk gemaakt. De bovenste helft van de maag heeft een andere soort bekleding. Daardoor is dit gedeelte minder goed bestand tegen het maagzuur. In de vrije natuur eet een paard vrijwel continue energiearme vezelrijke voeding. Dat zorgt ervoor dat er constant een klein beetje vulling in de maag zit. De zuurgraad van het maagsap wordt gedempt door speeksel en de voedselbrij. Komt daar te weinig van binnen, dan wordt het zure sap zo sterk, dat het de slijmlaag van de wand kan aantasten, waardoor er ontstekingen ontstaan. Dat kan ook gebeuren als er een grote portie krachtvoer ineens wordt gegeten. Daardoor wordt minder speeksel geproduceerd en zit de maag ineens erg vol, waardoor het zuur ook hogerop met de wand in contact komt. De gevolgen van een maagzweer Maagzweren hebben een negatief effect op de prestaties van sportpaarden. Bij renpaarden is een onderzoek gedaan waarbij maagzweren werden opgewekt door ze bewust langere tijd ruwvoer te onthouden. De helft van de paarden kreeg vervolgens een medicijn om ontwikkeling van maagzweren te voorkomen en de andere helft niet. Vervolgens werden er prestatiemetingen gedaan. Linda van den Wollenberg, dierenarts bij de Gezondheidsdienst voor Dieren: “De onbehandelde paarden waren sneller uitgeput en de paslengte was korter. De zuurstofopname bleek lager. Je kunt daar uit afleiden dat maagzweren een negatieve invloed hadden op de prestaties van de paarden. Anderzijds als door maagzweren een sportpaard minder goed eet, krijgt hij niet genoeg voedingsstoffen binnen en dat heeft invloed op prestaties. Dus het één kan een afgeleid gevolg zijn van het ander. Hoe je het ook wendt of keert, duidelijk is dat als er sprake is van een ontsteking een deel van de lichaamsprocessen in dienst wordt gesteld van het bestrijden hiervan. De gezondheidstoestand is dan dus niet optimaal.” De symptomen van een maagzweer  Er zijn meerdere symptomen die kunnen wijzen op maagproblemen. Het lastige is dat er niet één overduidelijk signaal is wat het onomstotelijk aangeeft. De uitingen zijn soms vaag en soms zelfs afwezig. Het ene paard toont meer dan het andere. Geen enkel symptoom is geen garantie dat er niets aan de hand is. Ook al vermoed je dus dat jouw paard last heeft van zijn maag, het is aan de buitenkant niet met zekerheid te zien of te voelen. Het kan alleen door een dierenarts worden vastgesteld, als die met een endoscoop de maag onderzoekt. Een lange slang met aan het einde een lampje en een camera wordt daarbij via de neus in de maag gebracht, waarna op een beeldscherm is te zien of daar maagzweren zitten. Enkele symptomen zijn: Ineens niet meer of minder (graag) eten Veel knoeien met krachtvoer Knarsetanden Veel met lippen of tong bewegen Vaak gapen Pijnlijk reageren als je zijn buik aanraakt of bij het aansingelen Vage koliekklachten, vooral meteen na het eten van krachtvoer  Een doffe vacht  Opvallend suf  Houdt zijn werk niet goed vol Heeft lang nodig om te herstellen na een inspanning Chronische diarree  Vermageren Gedragsverandering (nerveus, agressief) Is gaan kribbebijten of luchtzuigen Maagzweren behandelen Als bij jouw paard ernstige maagzweren zijn geconstateerd door de dierenarts is in veel gevallen behandeling met een maagzuurremmer nodig. Nog veel belangrijker is echter dat het management en het voerregime tegen het licht worden gehouden, om de oorzaak te achterhalen. Bij mensen kan een specifieke bacterie voor maagzweren zorgen. Die is bij paarden tot nu toe nog niet aangetoond als veroorzaker van problemen, vandaar dat antibiotica geven zeker niet de juiste weg is. De risicofactoren op een rijtje Te weinig ruwvoer Een paard maakt, in tegenstelling tot een mens, vooral speeksel aan als hij kauwt. Dat speeksel neutraliseert onder andere de zuurgraad van het maagsap. Als een paard dus te weinig kauwt, maakt hij niet genoeg speeksel aan en wordt het risico op maagzweren groter. Als een paard nagenoeg onbeperkt ruwvoer krijgt, kan hij voldoende speeksel aanmaken. Ook de aanwezigheid van de vezelrijke voedselbrij neutraliseert de zuurgraad van de maag, waardoor het risico op maagzweren minder wordt. Krachtvoerdieet  Op krachtvoer kauwen paarden niet zo lang. Daardoor wordt bij het eten daarvan minder speeksel aangemaakt. Door ingrediënten als zetmeel en suiker verloopt de vertering van de meeste soorten krachtvoer anders dan bij ruwvoer. Dat kan het ontstaan van maagzweren in de hand werken.  Medicijnen Sommige medicijnen, zoals pijnstillers en corticosteroïden, kunnen de bescherming van de maagwand aantasten, waardoor het maagzuur sneller voor beschadigingen kan zorgen. Stress Stress zorgt voor de productie van stofjes waardoor de maagwand gevoeliger wordt voor aantasting door het maagzuur. Paarden ervaren stress als niet wordt voldaan aan hun drie belangrijkste behoeften: onbeperkt ruwvoer, voldoende vrije beweging en contact met soortgenoten.  Intensieve training Zware arbeid kan ervoor zorgen dat de maag meer samentrekt, omdat het lichaam teveel in de ‘vluchtstand’ staat. Daardoor komt de zure inhoud van het onderste deel van de maag meer in contact met het minder goed beschermde bovenste deel. Dit geldt helemaal voor het werken op een lege maag: je kunt je voorstellen dat als er geen ‘buffer’ van ruwvoer in de maag aanwezig is, het maagsap veelvuldig tegen de onbeschermde bovenste maagwand klotst. Dit kan het ontstaan van maagzweren versnellen. Maagzweren bij je paard voorkomen Voeding en management spelen dus een belangrijke rol bij het tegengaan van maagzweren. Door te kauwen maakt een paard speeksel aan, dat het maagzuur neutraliseert. Zorg daarom dat hij dag en nacht de beschikking heeft over ruwvoer, zoals gras, hooi of kuilgras. Als je bang bent dat hij daardoor te dik wordt, kun je het beste een energiearme soort zoeken of een hooinet met kleine gaten of een graasmasker gebruiken. Vergeet niet dat een paard ook ’s nachts ruwvoer ter beschikking moet hebben, want hij slaapt niet zoals wij de hele nacht. In de vrije natuur grazen paarden 16 tot 18 uur per etmaal. Voor sportpaarden is alleen ruwvoer soms niet voldoende om in hun energiebehoefte te voorzien. Dit kun je dan aanvullen met krachtvoer. Granen worden veel gebruikt als grondstof voor krachtvoer, maar zijn eigenlijk niet zo goed voor een paard, omdat ze veel zetmeel en suikers bevatten wat juist een nadelig effect heeft op het ontstaan van maagzweren. Zoek dus een soort met een laag suiker- en zetmeelgehalte en olie als energiebron in plaats van granen, zoals Pavo Ease&Excel. Verdeel het krachtvoer over zoveel mogelijk maaltijden per dag en geef altijd eerst ruwvoer. Om het kauwen te bevorderen kun je het krachtvoer ook mengen met een ruwvoerproduct, zoals Pavo DailyPlus of Pavo FibreNuggets.
Lees meer 4m
Voeding en training
Slobber voor paarden, zo voer je het
Slobber is een heerlijke traktatie voor je paard, bijvoorbeeld als beloning na training. Het is echter ook volwaardig voer dat je dagelijks kunt geven als je paard hard werkt. Hoe maak je slobber klaar, hoe vaak moet je het voeren en wat is precies het verschil met zemelen? In dit artikel lees je alles over slobber. Wat is slobber? Slobber is al jaren een bekend paardenvoer met als hoofdbestanddeel zemelen. Het belangrijkste kenmerk van slobber is dat je het nat voert en er een lekker papje van kunt maken voor je paard. De slobber van Pavo is een volwaardig voer. Dat betekend dat alle vitaminen en mineralen voor de dagelijkse behoefte van je paard erin zitten. het is dus geen snoep of extraatje waar niets in zit. Dat maakt het ook zo'n veelzijdige voersoort! Hoe voer je slobber aan een paard? Door de veelzijdigheid van dit product kun je slobber op verschillende manier gebruiken: Als extraatje na inspanning. Als je paard hard gewerkt heeft, kan hij na een training of wedstrijd wel wat extra energie gebruiken. Dan is slobber een goede aanvulling. Paarden vinden het heerlijk en zullen het ook als beloning ervaren. Geef het in dit geval extra naast zijn gewone voer. Als verwennerij, bijvoorbeeld als het koud is, of gewoon zomaar. Geef slobber in dat geval in plaats van je normale voer. Let op dat een voerschep slobber veel minder weegt dan een schep brokken. Geef je je paard bijvoorbeeld een halve schep slobber (droog) die je aanmaakt met water, voer dan een ¼ schep minder brokken. Als kuur, bijvoorbeeld als je paard ziek is geweest, koliek heeft gehad of om een andere reden een slechte conditie heeft. In dit geval vervang je tijdelijk één maaltijd per dag voor slobber. Om de darmen schoon te houden. Slobber kan ook gebruikt worden om de darmen 'schoon' te houden. Wanneer paarden in paddocks lopen of veel zand eten en regelmatig slobber krijgen, zie je vaak zandresten in de mest.   Als vast onderdeel in het rantsoen. Er zijn een aantal topsporters die dagelijks één maaltijd aan de paarden geven in de vorm van slobber. Het is volwaardig voer, levert energie, het is goed voor de vacht en de paarden vinden het erg lekker. Als wedstrijdvoer voor moeilijke eters. Bij sommige disciplines zoals eventing, endurance en trec zijn de paarden voor een wedstrijd meerdere dagen op pad. Sommige paarden eten en drinken niet zo goed als ze van huis zijn. Voor deze paarden is slobber een goede keuze, omdat het veel vocht bevat en er maar weinig paarden zijn die geen slobber lusten. Om elektrolyten mee aan te vullen. Na zware inspanning waarbij veel gezweet is, is het verstandig om elektrolyten aan te vullen. Dat kan heel gemakkelijk door het te mengen door slobber. Vocht en zouten in 1x. Als je paard moet aankomen. Als je slobber wilt inzetten om je paard aan te laten komen dan is het aan te raden om samen met een voedingsdeskundige het hele rantsoen door te spreken. Wat veel gedaan wordt, is een combinatie van Pavo SpeediBeet (bietenpulp) of Pavo FibreBeet  (bietenpulp+luzerne) en Pavo SlobberMash maken. Pavo Fibrebeet hebben we speciaal ontwikkeld voor paarden met een conditie achterstand, denk aan schraal bespierd of aan te dunne paarden. Door de combinatie van bietenpulp en luzerne is dit product niet alleen gezond en goed voor de darmen maar ook lekker en makkelijk te eten ook voor paarden op leeftijd! Hoe vaak je slobber geeft, hangt dus een beetje af van de manier waarop je het gebruikt. Dat kan variëren van één keer per dag tot zo af en toe. Zo maak je slobber klaar voor je paard Het belangrijkste kenmerk van slobber is dat het niet droog voert, maar altijd klaarmaakt met water. In het voeradvies van Pavo slobber wordt geadviseerd om één deel slobber te mengen met één deel heet water (koud water kan eventueel ook). Dit laat je even staan totdat het een warme brei is geworden, die in dikte vergelijkbaar is met vla. Als je het te waterig vindt, dan kun je nog wat slobber toevoegen of meng je het de volgende keer met minder water. Vind je het te dik, voeg dan extra water toe. Ook je paard of pony kan nog een voorkeur hebben in de dikte. Sommigen hebben het het liefst zo vloeibaar mogelijk en drinken het op. Anderen willen echt wat te kauwen hebben en eten het liever als (erg) dikke pap. Op die manier kun je zelf beslissen wat voor jou en je paard of pony het beste werkt. Pavo SlobberMash Wist je dat het woord ‘mash’ de Engelse naam voor slobber is? Ook in Duitsland wordt slobber ‘mash’ genoemd. Omdat Pavo een internationaal bedrijf is heeft het product de naam Pavo SlobberMash gekregen. Voor Pavo SlobberMash geldt dat het GEEN sterk wellende grondstoffen bevat. Er is dan ook geen minimale wachttijd voordat je het kunt voeren. Let alleen op dat het niet te heet is. Het aanwezige lijnzaad is voorbewerkt, zodat het niet nodig is om kokend water te gebruiken. De ideale inweektijd is ongeveer tien minuten. Dan is het hete water voldoende afgekoeld en heeft het lijnzaad de tijd gekregen om mooi slijmerig te worden. Je kunt de slobber van Pavo eventueel ook met koud water klaarmaken, maar dan zal het iets minder slijmerig zijn en de verwenfactor voor je paard is iets minder. Verder maakt het geen verschil! Slobber zonder granen of zonder suiker Er zijn tegenwoordig producten op de markt die de naam ‘graanvrije slobber’ dragen. Maar verdiep je goed in de etiketten. Het grootste verschil met Pavo Slobber is dat deze producten geen volwaardig aanvullende voeders zijn. Je kunt ze dus niet gebruiken om in de dagelijkse behoefte van je paard te voorzien. De Pavo SlobberMash bevat wel granen, suiker/zetmeel en vitaminen en mineralen. Dat maakt het ook dat je het als volledig aanvullend voer kunt gebruiken. Omdat het een laag soortelijk gewicht heeft, bevat één voerschep ongeveer 0,6 kg Pavo slobber. Wil je weinig suiker geven, dan kun je ervoor kiezen om maar één of twee keer per week slobber te voeren. Het verschil tussen slobber en zemelen Zemelen zijn de velletjes van de graankorrel, die overblijven nadat het zetmeel eruit is gehaald. Dit geldt voor praktisch iedere graankorrel, maar als paardenvoer wordt meestal tarwezemelen gebruikt. Tarwezemelen bevatten weinig zetmeel en veel vezels. Dat maakt het geschikt voor paarden. Groot nadeel is echter de zeer scheve calcium/fosfor verhouding. De calcium/fosfor verhouding in zemelen is ongeveer 1:10, terwijl de gewenste verhouding 2:1 is. Dit tekort aan calcium moet gecompenseerd worden in de rest van het rantsoen, omdat een scheve calcium/fosfor verhouding problemen kan geven bij de groei en het herstel van botten, pezen en spieren. Tarwezemelen is één van de hoofdbestanddelen van Pavo Slobber, maar in het totale product is de scheve calcium/fosfor verhouding uitgebalanceerd, zodat jij dat niet meer zelf hoeft te doen. Daarnaast bevat onze slobber ook lijnzaad en vitaminen en mineralen om er een volwaardig voer van te maken.
Lees meer 4m
Voeding en training
Spierbevangenheid
Spierbevangenheid is een nare aandoening bij een paard. De rug, lendenen en kruisspier van je paard verkrampen, waardoor hij moeite krijgt met bewegen. Meestal zie je na tien minuten tot een kwartier na aanvang van het werk een reactie. Bij een spierbevangen paard is de juiste behandeling bepalend voor het herstel, dus we vertellen je hier graag wat meer over. Een spierbevangen paard: de oorzaken De oorzaken van spierbevangenheid worden nog steeds onderzocht, maar tot nog toe zijn er enkele oorzaken bekend van spierbevangenheid: Teveel krachtvoer (teveel suikers en zetmeel) in verhouding tot de hoeveelheid beweging. Deze variant staat vaak nog bekend als Maandagziekte. Paarden die tijdens rustdagen geen aangepast rantsoen krijgen, kunnen de volgende dag al spierbevangen raken. Teveel opwinding of spanning (vaak erfelijk bepaald). Over-inspanning, wanneer het paard of pony veel zwaarder moet werken dan het gewend is. Kou door wind en/of regen op de spieren na (zware) inspanning waardoor het paard teveel gaat afkoelen en verkrampen. Daarnaast zijn er verschillende erfelijke aandoeningen die ervoor zorgen dat een paard sneller spierbevangen raakt, zoals PSSM1, PSSM2 en HYPP. PSSM1 komt vooral bij Quarters, Paints, Appaloosa’s, Tinkers, Haflingers en trekpaarden voor, al is de aandoening ook bij warmbloeden gevonden. Paarden met PSSM1 hebben een probleem met de suikeropslag, waardoor ze het suiker uit de bloedbaan veel sneller opnemen en transporteren in de spieren. Daarnaast bouwen ze erg veel glycogeen op in de spieren, waardoor de paarden bij beweging een verstoorde energiehuishouding hebben en spierbevangen kunnen raken. Drie niveaus van spierbevangenheid Bij paarden onderscheiden we drie niveaus van spierbevangenheid: licht, middel en zwaar. Licht: het paard staat met omhoog gebogen rug en is stijf in de achterhand. Middel: het paard wil niet graag lopen, heeft een stijve en sterk verkorte pas, trilt en knikt in de achterhand. De spieren van de achterhand kunnen stijf, gezwollen en pijnlijk zijn. De urine kan roodbruin zijn. Zwaar: het paard weigert om te lopen, is sterk bezweet, angstig, heeft wijde neusgaten, de hart- en ademfrequentie zijn verhoogd en de urine is roodbruin. Het paard wil misschien zelfs graag liggen en komt liever niet overeind. Dit kun je doen bij een spierbevangen paard Er zijn een aantal dingen die je kunt als je vermoedt dat je paard spierbevangen is. Bij acute spierbevangenheid moet je sowieso altijd direct je dierenarts bellen. Als het om een ernstige vorm gaat, kun je door snel te handelen spierschade zoveel mogelijk beperken. Tips die je in de tussentijd kunt doen: Geef je paard ondertussen zoveel mogelijk rust. Laat hem of haar niet verplicht lopen en vervoer hem zo min mogelijk, als het echt nodig is overleg dit dan eerst met de dierenarts. Een trailerrit kan namelijk voor nog meer schade zorgen. Vaak zal de dierenarts na aankomst direct een infuus aanbrengen om de nieren te ontlasten bij de afvoer. Hou je paard warm onder een deken en zorg dat hij uit de wind staat. Heb je geen deken bij de hand, leg dan je jas over de achterhand. Zet hem in een ruime box, zodat je paard zich niet kan bezeren. Geef hem onbeperkt hooi dat laag in het suiker staat en laat hem voldoende drinken. Om zeker te weten hoeveel suiker er in je ruwvoer zit, kun je bij Pavo een Ruwvoer Quickscan laten doen. Stel een rantsoen samen in overleg met dierenarts. Voer in ieder geval tijdelijk geen krachtvoer, maar alleen structuurrijk hooi (geen kuil) of ruwvoervezels uit Pavo SpeediBeet of Pavo DailyPlus. Geef (tijdelijk) een voedingssupplement met een zeer hoge dosis vitamine C en vitamine B6, wat de versnelde afvoer van melkzuur uit de spieren stimuleert, zoals Pavo MuscleCare. Een spierbevangen paard heeft daarnaast baat bij extra magnesium en vitamine E. Spierbevangenheid en voeding Naast dat je overbelasting van de spieren altijd moet voorkomen door een goede warming-up en cooling-down te doen, speelt voeding ook een belangrijke rol bij spierbevangen paarden. Hieronder een aantal punten om rekening mee te houden: Een paard dat gevoelig is voor spierbevangenheid kun je het beste zo min mogelijk suiker en zetmeel geven. Kijk dus niet alleen naar het percentage suiker in je voer, maar ook naar het zetmeelgehalte. Deze waardes kun je terugvinden op het etiket van de voerzak. Een voorbeeld van een muesli met een laag suiker- en zetmeelgehalte is Pavo Care4Life, Pavo Nature’s Best en Pavo Ease&Excel. Daarnaast is het advies om op dagen dat jouw paard minder inspanning hoeft te leveren, ook minder (energierijk) te voeren. Geef bijvoorbeeld de avond van tevoren al minder krachtvoer. De hoeveelheid hooi kan wel hetzelfde blijven of geef iets meer ter compensatie. Belangrijk is ook dat je paard verdeeld over de dag zoveel mogelijk vrije beweging krijgt. Laat hem dus niet 23 uur achter elkaar op stal staan! Als je paard meer energie nodig heeft, kan o.a. plantaardige olie bijgevoerd worden; bijvoorbeeld 150-200 ml per dag. Olie is een energiebron die alleen aëroob (met zuurstof) verbrand kan worden. Lijnzaadolie is dan het meest geschikt voor gevoelige paarden. Bij deze manier van verbranding wordt geen melkzuur gevormd, zoals bij energie uit zetmeel en suikers wel het geval kan zijn. Bouw het voeren van de olie wel voorzichtig op. En uiteraard: geef ruim voldoende ruwvoer! Let er wel op dat de suikerwaarde niet te hoog is. Laat bij twijfel een ruwvoeranalyse uitvoeren, bijvoorbeeld met de Pavo Ruwvoer Quickscan. Na herstel van spierbevangenheid Wanneer je paard weer hersteld is en je weer aan het trainen bent, kun je hem dagelijks een spierverzorgend supplement geven met vitamine E, vitamine C en selenium, zoals Pavo Eplus. Dit draagt bij om spierverzuring te voorkomen en zorgt ervoor dat de spieren langer soepel blijven tijdens inspanning. Als je paard vaak last heeft van spierstijfheid of heel snel spierbevangen raakt, dan kun je ook dagelijks preventief Pavo MuscleCare voeren. Dit supplement zorgt ervoor dat de afvalstoffen in de spieren sneller worden afgevoerd.
Lees meer 3m
Voeding en training
Vitamine E en Selenium voor paarden: bijvoeren of niet?
Als je actief bent in de sport weet je hoe belangrijk vitamine E en selenium zijn voor de spieren van een paard. Maar waarom is dat eigenlijk? Wat gebeurt er precies in die spier? En moet je een sportpaard altijd een extra supplement bijvoeren of niet? Waarom is Vitamine E en selenium belangrijk voor paarden? Daar waar gewerkt wordt, vallen spaanders. Oftewel, bij iedere vorm van arbeid komen afvalstoffen vrij; een auto produceert uitlaatgassen bij het verbranden van de brandstof, zo produceert een spier ook afvalstoffen bij de arbeid. Lees meer over de werking van spieren in het artikel ‘Spieropbouw bij je paard: tips voor training en voeding‘. Bij een paard is het belangrijk dat die afvalstoffen goed kunnen worden afgevoerd en dat de spieren ook weer worden opgebouwd. De afvalstoffen die een spier produceert heten vrije radicalen, daarvan bestaan er 3 verschillende: Peroxiden Hyroxylradicaal Hydroxide anion Deze afvalstoffen worden in de spier onschadelijk gemaakt, doordat vitamine E en selenium ze ‘neutraliseren’. Vitamine E en selenium zijn antioxidanten, stofjes die door het opruimen van afvalstoffen zorgen dat spierschade na het werk voorkomen wordt. Een andere antioxidant is vitamine C. Die drie werken gezamenlijk, in de juiste verhouding, efficiënter dan alleen. Pavo Eplus bevat al deze antioxidanten in de juiste verhouding. Natuurlijke en synthetische vitamine E Naast dat vitamine E spieren ondersteunt, heeft het ook een ondersteunende rol in het zenuwstelsel en immuunsysteem. Er zijn twee varianten van vitamine E op de markt: een natuurlijke (d-alfa-tocoferol) en een synthetische (dl-alfa-tocoferol). Natuurlijke vitamine E wordt veel beter opgenomen door het paardenlichaam dan synthetische. Het supplement Pavo Eplus bevat de natuurlijke variant van vitamine E, verkregen van plantaardig materiaal. Hoeveel vitamine E heeft een paard nodig? Van vitamine E heeft je paard een behoorlijke hoeveelheid nodig. Volgens het National Research Council is de basisbehoefte van een volwassen paard per dag 500 mg vitamine E. Bij licht werk gaat dit al omhoog naar 800 mg per dag en bij zware arbeid is het zelfs 1000 mg per dag. De vitamine E behoefte is dus afhankelijk van de mate van arbeid. Hoe zwaarder de arbeid, hoe hoger de behoefte aan vitamine E. Ook het aandeel vet in een rantsoen speelt een rol. Hoe meer vet er in een rantsoen zit, hoe hoger de behoefte aan vitamine E. Het grootste gedeelte van de behoefte aan vitamine E kan je paard uit gras halen. Als je paard genoeg op de wei staat, en daar voldoende gras binnenkrijgt, krijgt hij al meer binnen dan de basisbehoefte. Wanneer je paard onvoldoende gras binnenkrijgt is er een kans op het ontstaan van vitamine E tekorten. Vitamine E heeft moeite om stabiel te blijven wanneer het warm wordt. Dus als je hooi en kuilgras opslaat, neemt het vitamine E-gehalte af. Daarom kan het zijn dat je paard een extra aanvulling nodig heeft. Dagelijkse hoeveelheid selenium Van selenium hebben paarden maar een klein beetje nodig. Een volwassen paard heeft een seleniumbehoefte van 0.2 mg per 100 kg lichaamsgewicht. Selenium is een sporenelement, dat niets anders is dan een mineraal waar maar een kleine hoeveelheid van nodig is. Het vervelende van selenium is dat het verschil tussen de optimale hoeveelheid en een te grote hoeveelheid heel klein is. Je hoeft maar een beetje teveel te geven en het is al niet meer gezond voor je paard. Pas hier dus goed mee op! De kans op een tekort aan selenium komt bij een rantsoen van alleen ruwvoer echter al eerder voor. In Nederland is op veel plekken de bodem namelijk selenium arm. Vitamine E en selenium tekort De symptomen van een tekort aan vitamine E zijn spierschade en vetontstekingen. Een tekort aan selenium zorgt naast spierproblemen en vetontstekingen ook voor een slechte afweer. Door een tekort aan deze antioxidanten, worden vrije radicalen niet geneutraliseerd en kan er schade in de cel optreden. Het verouderingsproces is hier een goed voorbeeld van. Spierschade bij je paard kun je herkennen aan spierpijn, stijfheid en wanneer je paard te lang moet herstellen na een intensieve training. Als je niet weet of jouw paard aanleg heeft voor spierverzuring na zware arbeid, kun je preventief het supplement Pavo Eplus geven om de spieren optimaal te ondersteunen. Paarden waarvan bekend is dat ze na een inspanning stijfheid en spierpijn hebben, hebben meer baat bij Pavo MuscleCare. Teveel vitamine E en selenium Een overschot aan vitamine E is giftig voor je paard. Doordat vitamine E een rol speelt in de aanmaak van rode bloedcellen, is een belangrijk symptoom van vitamine E-overschot het optreden van bloedarmoede, omdat dan de rode bloedcellen kapot springen. Om deze reden is er een maximale dagelijkse dosis voorgeschreven van 20 mg per 1 kg lichaamsgewicht. Een overmaat aan selenium kan het paard helaas niet zo gemakkelijk uitscheiden. Een overmaat aan bijvoorbeeld zout of eiwit wordt uitgescheiden door de nieren en uitgeplast. Dat systeem werkt voor selenium niet. Wanneer een paard teveel selenium in zijn lichaam heeft, slaat hij het ergens op waar het uiteindelijk wel zal verdwijnen: in de hoeven, staart en/of manen. Op deze plaats kan selenium geen schade aanrichten aan organen, maar ook in manen of hoeven hoort het niet thuis. Soms ontstaat zelfs haaruitval of brokkelhoeven. Daarom is het belangrijk dat je je paard wel voldoende selenium geeft om de spieren te verzorgen, maar pas op dat je niet teveel geeft, want dat is niet gezond. Bij selenium kunnen vergiftigingsverschijnselen optreden bij een langdurige, dagelijkse verstrekking van meer dan 1 mg per 100 kg lichaamsgewicht. Houd je dus altijd aan het voeradvies van Pavo Eplus om overdosering te voorkomen! Conclusie: vitamine e en selenium bijvoeren of niet? Kortom: kijk eerst kritisch naar het basisrantsoen van je paard voordat je een supplement gaat bijvoeren. Ook het trainingsschema moet met een kritisch oog bekeken worden. Blijft je paard na het trainen wat lang stijf? Dan is Pavo Eplus het supplement voor soepele spieren en helpt de spierfunctie optimaal te ondersteunen.  
Lees meer 3m
Voeding en training
Likstenen voor paarden: wat is het verschil?
Een liksteen biedt je paard de mogelijkheid om dagelijks zout en andere mineralen op te nemen. Er zijn verschillende soorten likstenen te krijgen, maar niet allemaal zijn ze even gezond voor paarden. Maar wat is het verschil? Likstenen in alle soorten en maten Mensen eten veel te veel zout. Maar hoe zit dat bij paarden? Die eten juist gemiddeld genomen te weinig zout. Vooral in de zomermaanden gaat er veel verloren via zweet dat via ruwvoer en gewoon krachtvoer niet voldoende wordt aangevuld. Niet alleen bij sportpaarden, maar ook een flinke buitenrit kan jouw paard al een zouttekort bezorgen. Om aan zijn natuurlijke behoefte te voldoen zal je daarom zout aan het rantsoen moeten toevoegen. De eerste stap is het ophangen van een liksteen, maar welke? Likstenen zijn er in alle soorten en maten: Gewone witte likstenen van 10 kg (KNZ standaard of Rockies Zout) Deze zijn prima voor paarden en bevatten naast zout (natriumchloride) ook wat magnesium en eventueel zink, koper, jodium en selenium. Witte likstenen speciaal voor grazend vee Niet geschikt voor paarden, de mineralensamenstelling is speciaal afgestemd op koeien. Rode mineralen likstenen (KNZ) Deze liksteen bevat naast zout extra mineralen en sporenelementen, maar is niet zo geschikt voor paarden vanwege het toegevoegde ijzer. IJzertekort komt in Nederland bijna nooit voor, ijzervergiftiging daarentegen wel. Steeds meer liksteenfabrikanten laten daarom ijzer weg uit de stenen. De rode liksteen zal daarom langzaam maar zeker verdwijnen. De nieuwe varianten zonder ijzer zijn wat meer beige van kleur. Himalaya liksteen Een Himalaya liksteen is prima geschikt voor paarden en lijkt erg op het standaard 10kg witte (KNZ) zoutblok. Het bevat ook een fractie aan andere mineralen en sporenelementen. De roze kleur komt van de roestdeeltjes (geoxideerd ijzer) van het gesteente waar het uitkomt. Veel paarden vinden deze wat lekkerder dan de standaard witte KNZstenen. Likstenen met een smaakje Deze zijn vaak vooral bedoeld als lekkernij. Deze zijn dan ook niet zo geschikt als liksteen voor paarden, omdat ze dan geen zout opnemen naar behoefte, maar de steen als snoepgoed zien en de steen vaak binnen korte tijd volledig opeten. Daarnaast is het onnodig kostbaar. Bijzondere likstenen met extra magnesium, knoflook of biotine Deze likstenen bevatten weliswaar de gewenste mineralen of kruiden, maar dit is zeker niet voldoende voor een paard dat het nodig heeft. Heeft jouw paard biotine nodig? Dan kun je beter een biotinesupplement, zoals Pavo BiotinForte bijgeven. Een liksteen met biotine is namelijk duurder en voorziet niet in een dagelijkse aanvulling. Hang een liksteen op in de stal of in de wei of paddock onder een afdakje. Zout is oplosbaar in water dus ook in regen. Leg hem niet in de voerbak, daarmee dwing je je paard zout op te nemen, ook als hij daar geen behoefte aan heeft. Daarnaast is de voerbak tijdens en na het eten vochtig waardoor de steen sneller oplost dan nodig is. Himalaya liksteen voor je paard Voor ieder paard is het fijn om een liksteen in de wei, paddock of stal te hebben. Een Himalaya liksteen is een populaire optie. Hij lijkt veel op het standaard witte zoutblok, maar veel paarden hebben toch de voorkeur voor een Himalaya zoutblok. Besef als eigenaar echter wel dat je de hoeveelheid zout die je paard nodig heeft als hij veel zweet door warm weer of intensief sporten, niet kunt aanvullen met alleen een liksteen. Je paard neemt niet vanzelf genoeg op om de dagelijkse behoefte te vervullen. Extra aanvulling is bij veel zweten dus nodig. Keukenzout in plaats van liksteen voor paarden Tijdens het zweten verliest het paard voornamelijk natirum, kalium, chloride, calcium en magnesium. Met het toevoegen van keukenzout of tafelzout, ofterwijl natriumchloride, wordt enkel natrium en chloride aangevult en dus niet alle elektrotlyten die verloren gaan met hevig zweten. Lees hier meer over wanneer je zout en elektrolyten bij je paard moet aanvullen.  Supplement als aanvulling op een liksteen Hoeveel zweet een paard eigenlijk? Bij een temperatuur van 20 graden en lichte/matige arbeid (30 min. stap, 20 min. wisselend tempo draf) verliest een paard ongeveer 4 liter zweet. Deze 4 liter zweet bevat ongeveer 40 gram lichaamszouten. Bij diezelfde 20 graden, maar dan matige/zware arbeid (20 min. stap, 20 min. draf en 20 min. galop) verliest een paard maar liefst 10-12 liter zweet, en daar zit 100 gram zout in. In dat geval is het beter om - eventueel naast een liksteen - een speciale electrolytenmix door het voer te mengen (bijvoorbeeld door een lekkere maaltijd Pavo SlobberMash).  Pavo E'lyte en Pavo ReHydrate bevatten beide niet alleen natriumchloride, maar ook de andere belangrijke lichaamszouten (elektrolyten) die je paard door het zweten verliest.
Lees meer 2m
Voeding en training
Spijsvertering van je paard ondersteunen
Het spijsverteringsstelsel van een paard is extreem gevoelig. Het is daarom belangrijk om dit optimaal te ondersteunen en problemen snel te herkennen. Zo werkt de spijsvertering van je paard Mond De spijsvertering van je paard begint in zijn mond. Door te kauwen op voedsel wordt de oppervlakte van het voedsel vergroot en wordt het makkelijker verteerd. In tegenstelling tot bij mensen produceert een paard alleen speeksel tijdens het kauwen op voedsel. Mensen produceren namelijk 24 uur per dag speeksel. Hoe langer een paard op zijn voedsel moet kauwen, hoe meer speeksel er wordt aangemaakt. Dit speeksel heeft verschillende functies. Zo zorgt speeksel ervoor dat voedsel gemakkelijker door de slokdarm glijdt en, eenmaal aangekomen in de maag, neutraliseert het speeksel het zure maagsap. Pavo Dailyplus stimuleert kauwen en speekselproductie bij paarden! Maag De maag van een paard is redelijk klein en produceert constant maagzuur. Ook dit is weer anders dan bij mensen. Wij produceren namelijk alleen maagzuur als er voedsel aanwezig is in de maag. Als een paard niet voldoende speeksel produceert, doordat hij onvoldoende kauwt, tast het zure maagsap de maagwand aan. Het is dus zeer belangrijk dat een paard constant kan kauwen op bijvoorbeeld ruwvoer, zoals hooi of gras! De belangrijkste functie van dit zure maagsap is het doodmaken van indringers, zoals ziektekiemen en bacteriën. Afhankelijk van het soort voedsel blijft voedsel ongeveer 1 tot 5 uur in de paardenmaag. Dunne darm In de dunne darm worden eiwitten en koolhydraten onder invloed van sappen uit de alvleesklier, en vetten onder invloed van gal uit de lever, gespleten. Een belangrijk verschil met de vertering van de mens is dat paarden geen galblaas hebben. Gal komt dus rechtstreeks uit de lever. Het is daarom belangrijk dat je omschakelingen in vetgehaltes in je rantsoen geleidelijk aan doorvoert, zodat de lever gewend raakt aan de hogere productie van gal. Wanneer eiwitten, koolhydraten en vetten zijn gespleten kunnen ze worden opgenomen door de dunne darm. De dunne darm van het paard is ongeveer 20 meter lang en voedsel passeert deze 20 meter binnen ongeveer 1,5 uur. Razendsnel dus! Omdat het voedsel met zo’n hoge snelheid door de dunne darm gaat, is het zeer belangrijk een paard niet te veel grote porties in één keer te voeren. Als er te grote porties door de dunne darm trekken, bestaat namelijk de kans dat voedingsstoffen onvoldoende worden verwerkt en onverteerd aankomen in de dikke darm. Dit kan resulteren in een onbalans in de darmflora; de ‘slechte bacteriën’ overleven en de ‘goede bacteriën’ sterven af. Hierdoor daalt de pH in de dikke darmen en gaan de bacteriën melkzuur produceren. Dikke en blindedarm In de dikke en de blindedarm wordt voor een paard onverteerbaar, verzelrijk voedsel door bacteriën omgezet in een verteerbare vorm. Vervolgens kan deze verteerbare vorm door het paard worden opgenomen. Het paard haalt het grootste gedeelte van zijn energie uit vezelrijk voedsel. Om deze belangrijke bacteriën in leven te houden en te voeden, is het van groot belang je paard onbeperkt ruwvoer te geven! Pavo SpeediBeet, FibreBeet en FibreNuggets zijn vezelrijke ruwvoervervangers die de bacteriën in de dikke en de blindedarm voeden.   Hoe herken je problemen met de spijsvertering bij je paard? Problemen in de mond van het paard Bij paarden die lijken te lijden aan plotseling verlies van eetlust of gewicht, is een kritische blik in de mond de moeite waard. Wist je dat tanden van een paard  zijn hele leven doorgroeien? Een onregelmatige slijtage kan leiden tot scherpe randen op de kiezen (haken). Deze scherpe randen veroorzaken kleine wondjes op de tong en aan de binnenkant van de wang, waardoor kauwen pijnlijk wordt en je paard minder goed kauwt. Ook zijn er paarden met een verschillende kaakstand of scheven tanden. Paarden kunnen het voedsel dan niet fijn genoeg malen, te herkennen aan ballen van hooi  in zijn voerbak. Voedsel wordt op deze manier niet optimaal verteerd. Problemen met de slokdarm De slokdarm transporteert voedsel van de mond naar de maag. Als je paard te gulzig eet of niet voldoende kauwt, door bijvoorbeeld gebitsproblemen, kan het voedsel halfweg de slokdarm blijven hangen. Dit resulteert in een pijnlijke blokkade. Maagproblemen Een paard maakt constant maagzuur aan. Als een paard niet de beschikking heeft over voldoende ruwvoer, zodat hij kan kauwen en speeksel produceert,  tast het zure maagzuur de maagwand aan. Dit kan de ontwikkeling van maagzweren bevorderen. Ook een verkeerde balans tussen ruwvoer en krachtvoer draagt bij aan het ontwikkelen van een maagzweer. Paarden met een maagzweer geven vaak reactie bij het aansingelen, gapen vaak, hebben een doffe vacht en veranderen mogelijk in gedrag. Bekijk de animatievideo: maagzweren bij paarden Ook maagovervulling is een veelvoorkomende oorzaak van maagklachten, bijvoorbeeld door sterk zwellend voer. De overvulling gaat gepaard met pijn, waardoor het paard koliekklachten vertoont. Problemen met de darmen Een te grote hoeveelheid aan suiker en zetmeel resulteren in een onbalans in de darmflora. Een gevolg van deze onbalans is koliek, hoefbevangenheid, diarree en irritatie van de slijmvliezen. Koliek: een bekend probleem van het maag-darmkanaal bij paarden Koliek is een verzamelnaam voor buikpijn. Er zijn verschillende vormen van koliek, zoals gaskoliek of opstoppingen. Koliek wordt meestal veroorzaakt door onjuiste voeding, worminfecties of slecht onderhouden tanden. Andere oorzaken zijn convulsies, ontstekingen of verlamming van de darm. Meer lezen: alles over koliek bij paarden Tips om de spijsvertering van je paard te ondersteunen Vooral bij paarden met de neiging tot spijsverteringsproblemen, maar ook bij gezonde paarden, is het belangrijk om de vertering  te bevorderen met een op behoeften gebaseerd rantsoen. De volgende tips kunnen helpen om het maagdarmkanaal van je paard optimaal te ondersteunen: Volg het natuurlijke eetgedrag van je paard, zorg voor voldoende ruwvoer (1,5 - 2,0% van zijn lichaamsgewicht aan drogestof) en vermijd lange onderbrekingen (tot maximaal 4 uur). Laat de tanden van je paard regelmatig controleren door een gespecialiseerde paardentandarts. Pas het krachtvoer aan op de behoeften van je paard. Vermijd grote hoeveelheden krachtvoer per maaltijd. Voer meerdere keren per dag kleinere porties. Ondersteun je paard extra met een speciaal supplement dat een stabiele darmfunctie bevordert, zoals Pavo GutHealth. De 100% natuurlijke ingrediënten, waaronder gerstgras, brandnetel, prebiotica en krachtige antioxidanten, helpen je paard weer naar een stabiele bacteriepopulatie in de darmen en een gezonde spijsvertering. Controleer je ruwvoer regelmatig op schimmel en giftige planten. Voorkom stress, stress kan een aanslag zijn voor het spijsverteringskanaal van je paard. Ook parasieten kunnen spijsverteringsproblemen veroorzaken. Laat de uitwerpselen van je paard regelmatig controleren.
Lees meer 3m
Voeding en training
Stalondeugden bij paarden
Stalondeugden zijn gedragingen die een paard zichzelf heeft aangeleerd wanneer hij zich langdurig verveelt of stress ervaart. Stalondeugden werken verdovend en zijn zeer verslavend. Om het gedrag echt af te leren moet je als paardeneigenaar eerst op zoek gaan naar de oorzaak van het probleem. Wat zijn stalondeugden? In de natuur graast een paard al lopend 14 tot 16 uur per dag samen met zijn soortgenoten. Tegenwoordig worden veel paarden individueel gehouden in een stal met beperkte toegang tot ruwvoer en soortgenoten. Dit kan ervoor zorgen dat een paard zich gaat vervelen en/ of stress ervaart. Als gevolg van verveling en stress kunnen paarden stalondeugden laten zien. Stalondeugden zijn gedragingen die een paard zichzelf heeft aangeleerd. Stalondeugden zijn stereotiep: doelloze gedragingen die zich steeds herhalen. Wanneer een paard een stalondeugd uitvoert wordt het stofje endorfine aangemaakt. Endorfine werkt verdovend, rustgevend en is hierdoor zeer verslavend. Doordat het paard steeds meer verlangd naar dat fijne gevoel van de endorfine zal het paard steeds meer stalondeugden laten zien. Wanneer het paard eenmaal verslaafd is geraakt aan de endorfine hoeft de stressfactor niet meer aanwezig te zijn om toch de stalondeugd uit te voeren. Er zijn verschillende soorten stalondeugden waaronder: weven, kribbebijten, luchtzuigen en boxlopen. Stalondeugd weven Wanneer een paard dwangmatig en langdurige van zijn linker op zijn rechterbeen wiebelt en daarbij zijn hoofd en hals meebeweegt noemen we dit weven. Weven kan zorgen voor slijtage aan de hoeven en het bewegingsapparaat. In extreme gevallen kan weven zelfs zorgen voor abnormale spierontwikkeling. Paarden die weven staan altijd met de voorbenen iets uit elkaar. Kribbebijten paard Een ander voorbeeld van een stalondeugd is kribbebijten. Kribbebijten en luchtzuigen worden vaak door elkaar gehaald. Bij beide stalondeugden kantelt het paard het hoofd iets naar achteren en zuigt het paard lucht de slokdarm in. Wanneer paarden tijdens deze handeling van luchtzuigen ook de tanden vastzetten op een object wordt de handeling niet luchtzuigen maar kribbebijten genoemd. Bij paarden die lucht naar binnen zuigen is er een verhoogd risico op maagzweren. Paarden die kribbebijten hebben daarnaast ook een verhoogd risico op beschadiging van het gebit. De voorste snijtanden zijn bij paarden die kribbebijten vaak beschadigd. Kun je stalondeugden bij paarden afleren? Er zijn verschillende hulpmiddelen te koop, zoals een luchtzuigband, muilkorf of antiweefrek, die het gedrag van stalondeugden tegengaan. Een groot nadeel van deze ‘hulpmiddelen’ is dat deze de oorzaak van het ontstaan van het gedrag niet wegnemen! Om het gedrag van stalondeugden echt af te leren moet je als paardeneigenaar opzoek gaan naar de oorzaak van het probleem. Belangrijk daarbij is dat je ervoor zorgt dat je paard zo natuurlijk mogelijk gehouden wordt. Gedrag afleren is niet gemakkelijk en ook lang niet altijd mogelijk, geduld is hierbij zeer belangrijk! Ook voor stalondeugden geldt: voorkomen is beter dan genezen.  Tips om stalondeugden te voorkomen Belangrijk bij het voorkomen van stalondeugden is het zo natuurlijk mogelijk houden van paarden. Veel contact met soortgenoten, een paard is immers een kuddedier. Zoveel mogelijk toegang tot ruwvoer. Paarden in de natuur grazen tot wel 16 uur per dag! Dagelijks voldoende beweging in de vorm van weidegang of paddock. Vergeet niet dat wanneer je je paard in de paddock zet je hem ook hier toegang geeft tot voldoende ruwvoer.  Wissel je trainingen regelmatig af. Iedere dag hetzelfde rondje in dezelfde bak is erg saai voor je paard.  Geef je paard een stal met uitzicht, paarden vinden het fijn om rond te kunnen kijken. Zorg dat je paard voldoende afleiding heeft en zich niet hoeft te vervelen. Geef hem bijvoorbeeld 's ochtends en 's avonds een aantal Pavo HayChunks in een klein hooinetjes of verstop ze in de baal met hooi. Zo heeft je paard wat leuks, lekkers én gezond om aan te knabbelen! Ook zijn er verschillende speeltjes te koop die verveling tegen moeten gaan, zoals voerballen of speelballen.
Lees meer 2m
Voeding en gezondheid
Insulinedysregulatie bij je paard
Net als bij mensen is overgewicht bij paarden niet gezond. Steeds meer paarden in Nederland zijn te dik en dan wordt het risico op aandoeningen, zoals insulinedysregulatie groter. Wat is insulinedysregulatie precies, hoe ontstaat het en hoe kun je een paard die het heeft het beste helpen? Linda van den Wollenberg, internist voor paarden bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), legt het uit. Wat is het verschil tussen insulineresistentie en insulinedysregulatie? In de volksmond was de term 'insulinedysregulatie' tot nu toe beter bekend als 'insulineresistentie' bij paarden. Deze twee termen worden tegenwoordig een beetje door elkaar heen gebruikt, maar in de praktijk bedoelen we er vaak hetzelfde mee. Er wordt steeds meer onderzoek gedaan naar aandoeningen die te maken hebben met de suiker- en energiehuishouding van paarden, zodat we precies weten wat er in het paardenlichaam gebeurt en nog belangrijker: wat we kunnen doen om het op te lossen als er iets misgaat. Naar aanleiding hiervan blijkt insulinedysregulatie een betere term te zijn, aangezien er eerder sprake is van een onbalans tussen bloedconcentraties (onjuiste regulatie) dan dat paarden bestand zijn tegen insuline (resistent). In principe is insulineresistentie één van de mogelijke symptomen van insulinedysregulatie. Wat is insuline? Via voeding krijgt een paard verschillende voedingsstoffen binnen, waaronder suiker en zetmeel. Dit zit niet alleen in krachtvoer, maar ook in gras, kuil en hooi. In het maag-darmkanaal van een paard wordt dit omgezet tot glucose dat wordt opgenomen in het bloed. Het lichaam moet vervolgens een signaaltje krijgen dat de glucose moet worden opgenomen in bijvoorbeeld de spiercellen, die het vervolgens als (broodnodige!) brandstof kunnen gebruiken. Dit seintje wordt gegeven door het hormoon insuline, dat in de alvleesklier wordt aangemaakt. Wat gaat er mis in geval van insulinedysregulatie? Bij insulinedyregulatie kan het zo zijn dat de lichaamscellen niet goed meer reageren op het seintje van insuline om glucose op te nemen in de cellen. De alvleesklier gaat dan vervolgens steeds meer insuline produceren om hetzelfde effect te krijgen. Anderzijds kan het ook zo zijn dat de alvleesklier ‘overdreven’ reageert op de opname van suikers en zetmeel uit het rantsoen en als reactie onnodig veel insuline aanmaakt. Hoe het ook zij: bij insulinedysregulatie gaat het mis in dit regelmechanisme en is er sprake van (afwisselend) te hoge insulineconcentraties in het bloed. Paard met insulinedysregulatie: de risico’s  Linda van den Wollenberg (GD): “Insulinedysregulatie bij paarden wordt in verband gebracht met verschillende gezondheidsproblemen. Eén van de ergste aandoeningen die kan ontstaan als gevolg van insulinedyregulatie is hoefbevangenheid. Om erachter te komen of je paard last heeft van insulinedysregulatie, kun je via je dierenarts een bloedonderzoek laten doen. Aan de buitenkant is het namelijk niet te zien.” Is insulinedysregulatie rasgebonden? Het is niets nieuws dat paarden die meer energie binnenkrijgen dan ze verbruiken dik worden. Linda: “Uit onderzoek weten we dat paarden met overgewicht veel vaker insulinedysregulatie hebben, maar niet alle (te) dikke paarden blijken dit probleem te hebben. Het komt overigens ook voor dat paarden met een gezond gewicht insulinedysregulatie hebben, zij het dus wel veel minder vaak. Ook is er een duidelijke relatie tussen insulinedysregulatie en bepaalde rassen. Met name Welsh-pony’s, IJslanders, Shetlanders, Lusitano’s, Andalusiërs en andere zogenaamde ‘easy-keeper rassen’ blijken er erg gevoelig voor. Erfelijkheid speelt dus ook een rol. Dikke paarden en ‘easy-keeper’ rassen lopen dus bij een dieet met (plotseling) grote hoeveelheden voedingssuikers een groter risico om hoefbevangenheid te ontwikkelen. Het is dan ook nuttig om je paard te laten testen als hij in een risicogroep valt, want bij deze dieren is het nog belangrijker als eigenaar op te passen met (grote hoeveelheden) suikerrijke voeding. ” Testen op insulinedysregulatie bij paarden Linda: “Voor zowel paarden met overgewicht als rassen met een verhoogd risico is het dus van toegevoegde waarde ze te testen op insulinedysregulatie. Zo kan namelijk objectief in beeld gebracht worden of ze inderdaad een verhoogd risico op hoefbevangenheid lopen. Onderzoeken of er sprake is van insulinedysregulatie bij jouw paard of pony kan met een test van de GD (→ de OST test = orale suiker test). Voor de OST-test wordt er een glucosesiroop ‘ingegeven’ aan het paard, waarna bloed geprikt wordt om de respons van insuline en glucose hierop te meten. Daarnaast wordt ter controle ook glucose gemeten. De procedure is veilig en vrij eenvoudig, dus dat hoeft voor geen enkel paard een probleem te zijn. Vraag hiernaar bij jouw dierenarts, hij of zij kan dit voor je regelen.” Voorzorgsmaatregelen bij insulinedysregulatie Als door middel van testen de diagnose insulinedysregulatie bij een paard wordt gesteld, is de noodzaak om voorzorgsmaatregelen te nemen om hoefbevangenheid te voorkomen duidelijk (en de motivatie dit consequent te doen waarschijnlijk ook beter op te brengen!). Daarnaast is het zelfs mogelijk om de insulinedysregulatie weer kwijt te raken op langere termijn, door het aanpassen van management, voeding en beweging. Gebruik hiervoor onderstaande tips van onze voedingsdeskundige Veerle Vandendriessche. Weidegang beperken Wil je insulinedysregulatie voorkomen of bestrijden? Zorg dan dat je paard niet teveel suiker binnenkrijgt en niet te dik wordt. Het is niet genoeg om daarbij alleen naar het krachtvoer te kijken. Gras is namelijk een grote bron van suikers. Weidegang is natuurlijk fantastisch voor een paard, maar er worden veel fouten mee gemaakt. Zo wordt vaak gedacht dat kale landjes beter zijn, maar dat klopt niet. Kort gras is ‘gestresst’ gras dat hard wil groeien. Daarbij wordt extra fructaan aangemaakt, een suikersoort waar paarden gevoelig voor zijn. Het is extra riskant in het voor- en najaar, als de nachten koud zijn. Door de kou stopt de stofwisseling in de plant namelijk waardoor gedurende de nacht het fructaan niet afneemt en komt in de loop van de dag – als de zon weer volop schijnt - snel weer op gang, met extra suikerproductie. Een tip is om paarden met insulinedysregulatie dan pas later op de dag (in de namiddag of vroege avond) een paar uurtjes op de wei te zetten, het liefst met weinig gras. Kies bijvoorbeeld voor stripbegrazing of zet je paard (een deel van de dag) in een zandpaddock met hooi. Een graasmasker is ook een optie. Ruwvoer laten testen Je paard eet iedere dag kilo’s ruwvoer (hooi en kuil). Hier zit ook suiker in, maar hoeveel? Dat kun je aan de buitenkant niet zien. Het is dus ook niet zo dat nat kuil of grof hooi beter voor een paard is, je weet het pas zeker als je het ruwvoer hebt laten testen. Geef een paard nooit uit voorzorg minder ruwvoer, want ze hebben het gewoon nodig. Een paard eet in de natuur de hele dag, daar zijn ze op gebouwd. Met de Pavo Ruwvoer Quickscan kun je voor slechts € 24,95 je ruwvoer laten testen op suiker, energie en eiwit. Paardenvoer met zo min mogelijk suiker Een paard met insulinedysregulatie kun je het beste paardenvoer met beperkte hoeveelheden suiker, zetmeel en melasse geven. Voer niet teveel krachtvoer en geef als het kan alleen een compleet vitaminen- mineralensupplement, zoals Pavo Vital of Pavo SummerFit koeken. Je kunt ook kiezen voor Pavo SpeediBeet als suikerarme toevoeging. Dit is een ruwvoerproduct van ontsuikerde bietenpulp vol met gezonde vezels en een suikergehalte van slechts 8%. Pavo SpeediBeet bevat helemaal geen zetmeel. Als je wél krachtvoer moet bijvoeren, omdat je paard meer energie nodig heeft, voer dan bij voorkeur een voer met een laag suiker- zetmeelgehalte, zoals Pavo Care4Life en verdeel de porties over meerdere maaltijden per dag. Pavo Care4Life is een graanvrije kruidenmuesli  met een hoog gehalte aan vitaminen, mineralen en kruiden dat zeer geschikt is voor paarden met aanleg voor insulinedysregulatie. Meng het krachtvoer met een ruwvoermix, zoals Pavo DailyPlus, om de kauwtijd te verlengen. Lees hier meer over paardenvoer zonder suiker. Voldoende beweging Naast het aanpassen van je voeding en weidemanagement, kun je insulinedysregulatie het beste bestrijden in combinatie met voldoende beweging (duurtraining) in de vorm van stappen, draven en evt. handgalop. Bouw dit goed op, zodat je paard rustig went om langere afstanden te lopen. Korte explosieve inspanning is niet de geschikte training voor paarden die te dik zijn. Juist met duurtraining en regelmatig werken verbrandt een paard het meeste vet! Bewezen succes: Pavo InShape Program herstelt insulinedysregulatie Het Pavo InShape Program is een compleet afvalprogramma voor paarden dat bestaat uit drie pijlers: management, voeding en beweging. Het succes van een slanker, fitter en gezonder paard, zit hem namelijk in de combinatie van deze drie onderdelen. Ter voorbereiding op het Pavo InShape Program heeft Pavo – samen met een aantal onderzoekspartners, waaronder de Gezondheidsdienst voor Dieren – aan twee langdurige veldstudies meegewerkt waarbij paarden met overgewicht werden begeleid om op een gezonde manier gewicht te verliezen. Een belangrijk gegeven was dat van de in totaal 50 onderzochte paarden, er 16 insulinedysregulatie hadden bij aanvang van de proef. Nadat hun eigenaren het management, de voeding en beweging hadden aangepast volgens de richtlijnen van het Pavo InShape Program, was het resultaat na 6 maanden verbluffend: van de 16 paarden met insulinedysregulatie hadden er maar liefst 9 weer een normaal suiker metabolisme en waren er 2 sterk verbeterd! Vooral de daling in Body Condition Score, oftewel een daling in het onderhuidse vetpercentage, bleek gerelateerd aan deze verbetering. Een super uitkomst! Download hier gratis het Pavo InShape Program!
Lees meer 5m
Voeding en gezondheid
Muesli voor paarden: de voor- en nadelen
Muesli voor paarden, zijn er werkelijk voordelen? Waarin verschilt muesli van brokken? Wat als je muesli zonder suiker zoekt, kan dat wel? Een veelgemaakte denkfout is dat veel mensen maar een klein handje durven te geven vanwege overgewicht, maar dat is geen volwaardige aanvulling. Daarnaast zijn sommige bang dat muesli geen volwaardig paardenvoer zou zijn, zoals een brok, en het dus niet op zichzelf gevoerd kan worden. Ook niet waar!   Wat is paardenmuesli? Muesli voor paarden bestaat uit een mix van grondstoffen, die niet tot een brokje worden geperst maar die door elkaar worden geroerd in een enorme mixer. Het is je vast weleens opgevallen dat je de losse grondstoffen nog kunt zien zitten. Welke grondstoffen dit precies zijn, verschilt per muesli, maar vaak is gehakselde luzerne een basisgrondstof die structuur geeft. Soms is er gedroogd timotheegras toegevoegd. Andere grondstoffen zijn - al dan niet bewerkte - granen, soms gepoft voor betere opneembaarheid. Verder zie je vaak spelt, appelpulp, sojabonen of -vlokken en/of lijnzaad. Een producent kan ook wortelschijfjes of erwtenvlokken toevoegen, vooral om wat kleur en variatie aan te brengen. Daarnaast bevatten de meeste muesli’s voor paarden kleine vitaminen- en mineralenbrokjes om het tot een volwaardig voer te maken. Tegenwoordig zijn er ook volledig graanloze muesli’s verkrijgbaar. Een voorbeeld daarna is Pavo Care4Life. Let bij het kiezen van een muesli vooral goed op de werkelijke samenstelling en gehaltes. Sommige producten bevatten echt gezonde kruiden voor je paard, andere producten ruiken alleen naar kruiden. En dat laatste is vooral lekker voor jou als eigenaar, maar daar heeft je paard niet zoveel aan. Paardenmuesli zonder suiker Heeft je paard eigenlijk geen extra energie nodig naast zijn ruwvoer, maar wil je toch iets geven? Dan kun je op zoek gaan naar een muesli met een laag suikergehalte. Vanwege de vele discussies op het internet zijn sommige paardeneigenaren bang geworden voor suiker, maar dit vraagt wel enige nuancering. Teveel suiker is slecht voor iedereen, voor mensen net zo goed als voor paarden. Maar suikers zijn ook een energiebron, die in het lichaam snel energie beschikbaar kunnen maken. 100% suikervrij voeren is niet gezond en ook niet mogelijk. Gras en hooi (gras in gedroogde vorm) kunnen bijvoorbeeld in suikergehalte variëren van 6 - 25%, afhankelijk van de tijd van het jaar, de mate van bemesting en temperatuur. Zelfs binnen 24 uur kan het suikergehalte in gras enorm fluctueren. Pavo muesli Pavo heeft een aantal volwaardige paardenmuesli’s met een laag suikergehalte: bijvoorbeeld de graanloze kruidenblend Pavo Care4Life (8,2% suiker én zetmeel) en de havervrije Pavo Nature’s Best (20,7% suiker én zetmeel). Pavo DailyPlus (12,1% suiker én zetmeel) is een structuurrijke ruwvoermix met een laag suiker- en zetmeelgehalte dat ongeveer gelijk is aan het gemiddelde hooi. Deze laatste mix heeft geen toegevoegde vitamines en mineralen en is dus echt een (ruwvoer)aanvulling. Hoeveel muesli moet ik mijn paard geven? Een denkfout die paardeneigenaren regelmatig maken, is dat ze hun paard maar een klein handje muesli geven, omdat het paard niet te dik mag worden, en dan het idee hebben dat het paard alles binnenkrijgt wat het nodig heeft. Maar met slechts een klein handje geef je je paard geen volwaardige vitaminen- en mineralenaanvulling op zijn rantsoen. Ben je op zoek naar voer met nog lagere suiker- en zetmeelgehaltes? Dan kun je beter geen muesli geven, maar een balancer. Een balancer is speciaal bedoeld om een ruwvoerrantsoen in balans te brengen door de dagelijkse behoefte aan vitaminen en mineralen aan te vullen. Pavo Vital is een voorbeeld van een vitamine- en mineralenbalancer. Deze bevat maar 4,7% suiker én zetmeel en je hoeft er maar 100 gram van te voeren. Zeer geschikt voor paarden die snel dik worden en weinig of helemaal geen krachtvoer krijgen!  Is paardenmuesli hetzelfde als muesli voor mensen? Op discussieforums voor paardenmensen komt de vraag wel eens voorbij ‘Mag ik mueslirepen voor mijn paard maken van muesli die voor mensen is bedoeld?’. Het antwoord is NEE, dat is niet verstandig. Muesli voor mensen bevat stoffen die niet goed zijn voor de gevoelige spijsvertering van paarden. Natuurlijk maakt het verschil of je biologische naturel muesli eet, of een variant met alles erop en eraan. Maar doorgaans bevat muesli voor mensen veel suiker, bijvoorbeeld 100 gram Fruitmuesli van Euroshopper bevat 61 gram suiker. Daarnaast zitten er slecht verteerbare granen in en conserveringsmiddelen die we niet in paardenvoeding gebruiken. Je paard zal echt niet omvallen van één reep maar het is beslist geen paardenvoer. De lijnzaad uit de supermarkt kun je eventueel wel gewoon aan je paard geven. Het verschil tussen muesli en brok Paardenmuesli en -brokken van gerenommeerde merken doen in kwaliteit niet voor elkaar onder. Beide zijn volwaardige voeders wat betekent dat ze voldoende vitaminen en mineralen bevatten om je paard in zijn behoefte te voorzien. Er zijn echter een aantal verschillen en beide hebben voor- en nadelen. De keuze is aan jou. Brokken zijn vaak wat voordeliger dan muesli’s. Het soortelijk gewicht van brokken is ook anders dan dat van muesli. Een voerschep brokken weegt ca.1,2 kg., terwijl een voerschep muesli ca. 0,8 kg bevat. Hierdoor is er minder opslagruimte nodig voor brokken. Vooral belangrijk voor grotere stallen.   Muesli heeft als allergrootste voordeel de hoeveelheid structuur die erin zit, natuurlijk afhankelijk van de samenstelling. Meer structuur is niet alleen beter voor de darmen, maar je paard moet ook goed kauwen op muesli, waardoor hij meer speeksel produceert (muesli ca. 900 kauwbewegingen per kg t.o.v. ca. 600 kauwbewegingen per kg brok). Daarnaast kun je zien wat je voert, omdat alle grondstoffen zichtbaar zijn. Veel paarden geven de voorkeur aan muesli, door de diversiteit in smaak van de verschillende grondstoffen.
Lees meer 3m
Voeding en gezondheid
De basis voerbehoefte van je paard
Verschillende bouwstenen in het voer dragen bij aan de gezondheid van je paard. Zowel ruwvoer als krachtvoer bevatten voedingsstoffen die energie leveren, zorgen voor herstel en groei van het lichaam van je paard. Maar wat is nou de basis voerbehoefte van je paard en hoe krijgt hij ze binnen? Ruwvoer bestaat onder andere uit koolhydraten, water, vezels, suikers, eiwitten, vitamines en mineralen. Krachtvoer is daarnaast nog aangevuld met zetmeel en plantaardige vetten. Al deze voedingsstoffen hebben verschillende functies voor je paard. De basis voedingsbehoefte van je paard Wat een paard naast zijn ruwvoer nodig heeft aan vitamine, mineralen en sporenelementen, krachtvoer of supplementen, hangt van een aantal factoren af. De behoefte aan voer wordt onder andere bepaald door wat het paard doet (mate van arbeid), zijn gewicht en bouw, en hoe warm het buiten is. Om de behoefte aan voeding te dekken heb je aanbod nodig: dit aanbod komt uit ruwvoer en eventueel uit aanvullende producten. Aangezien het belangrijkste aanbod van voedingsstoffen uit het ruwvoer komt, is de kwaliteit van dit ruwvoer voor een groot gedeelte bepalend voor wat een paard precies binnenkrijgt aan voedingsstoffen. Daarnaast is het belangrijk wat voor type paard je hebt, hoeveel werk hij of zij verricht en, als het een merrie is, of ze een veulen zoogt. Dit bepaalt samen wat je paard eventueel nog aanvullend nodig heeft. De kwaliteit van je ruwvoer kun je testen met de Pavo Ruwvoer Quickscan. Een snelle en handige manier om erachter te komen hoeveel suiker, energie en eiwit er in je ruwvoer zit. Met deze informatie kun je vervolgens een nog betere aanvulling kiezen. Koolhydraten Koolhydraten zijn te onderscheiden in complexe en in water oplosbare koolhydraten. Oplosbare koolhydraten zijn suikers en zetmeel en worden afgebroken door enzymen in de maag en dunne darm. Dit levert het paard veel energie op. Het is belangrijk dat de afbraak van oplosbare koolhydraten goed gebeurt, omdat anders suiker en zetmeel in de dikke darm terecht komen die de darmflora kunnen verstoren. En daarmee heeft je paard meer kans op gaskoliek en hoefbevangenheid. Naarmate gras ouder wordt, bevat het meer vezels. Deze vezels zijn te complexe koolhydraten om te verteren. Alleen in de dikke darm van het paard kunnen deze vezels worden afgebroken tot nuttige voedingsstoffen. Hier zorgen de bacteriën voor. Zonder voldoende vezels kan de vertering van het paard niet functioneren. Als de dikke darm niet voldoende actief is, is er kans op allerlei verteringsproblemen en ziektes bij het paard, zoals koliek of hoefbevangenheid. Pavo Speedibeet en Pavo Fibrebeet kunnen een oplossing bieden. Deze vezelrijke producten zijn goed opneembaar voor de dikke darm en zeer laag in suiker/zetmeel. Voor een goede ondersteuning van de darmflora. Eiwitten De eiwitten die een paard uit voeding haalt, worden in het gehele spijsverteringskanaal afgebroken tot aminozuren, die alleen in de dunne darm goed worden opgenomen. Deze aminozuren zijn essentiële bouwstoffen voor het goed functioneren van het lichaam. Het paard gebruikt ze bijvoorbeeld bij groei, de spierontwikkeling, vacht, hoeven en huid, bloedlichaampjes en vervanging van lichaamseiwit. Het paard kan ook enkele aminozuren zelf aanmaken, die hoeven dus niet in het voer te zitten. Eiwitgehalte in paardenvoer Eiwit is een belangrijke bouwsteen voor het lichaam, het speelt een belangrijke rol bij herstel van weefsel en opbouw van spieren. Het moment van maaien en de mate van bemesting heeft erg veel invloed op het eiwitgehalte. Eiwit komt vooral uit het blad van de grasplant, uit de stengel komt nauwelijks eiwit. Als gras laat gemaaid wordt (bijvoorbeeld pas halverwege juni of begin juli) dan is het aandeel stengel zeer hoog en bevat het hooi relatief weinig blad. Daarmee neemt de energiewaarde en het eiwitgehalte van het hooi flink af. Een lage energiewaarde is ideaal voor normale paarden, maar minder ideaal voor paarden die in de topsport lopen of die ingezet worden in de fokkerij, deze paarden hebben een behoorlijke behoefte aan eiwit en lopen kans op tekorten. We gebruiken bij paardenvoer de termen Ruw Eiwit (RE) en Verteerbaar Ruw Eiwit paard (VREp). Ruw Eiwit is de totale hoeveelheid eiwit in het ruwvoer, Verteerbaar Ruw Eiwit geeft aan hoeveel eiwit er ook werkelijk door het paard verteerd kan worden. Rekenvoorbeeld: als je je paard 10 kg hooi geeft en de hoeveelheid Verteerbaar Ruw Eiwit (VREp) is 60 gram per kilo hooi (de hoeveelheid die een normaal sportpaard binnen moet krijgen), dan krijgt je paard ook echt 600 gram eiwit per dag binnen. Hoeveel eiwit heeft je paard nodig? Het totaal eiwitgehalte in ruwvoer moet voor 'normale' paarden die recreatief of licht worden gereden minimaal 60 gram per kilo droge stof zijn, maar zou voor fokmerries en paarden die hard moeten werken bij voorkeur boven de 100 gram per kilo droge stof moeten zijn. Veel ruwvoeders bevatten voor de echte sportpaarden en fokmerries te weinig eiwit: dat zal dus via het krachtvoer moeten worden aangevuld. Overige paardeneigenaren hoeven zich alleen maar zorgen te maken over de aanvulling van vitaminen, mineralen en sporenelementen. Dit kan met de balancer Pavo Vital of Pavo SummerFit koeken. Hoeveel energie heeft een paard nodig? De energiebehoefte van sportpaarden ligt - afhankelijk van de intensiteit van de arbeid - ergens tussen de 7,1 en 11,0 EWpa (Energie Waarde paard) per dag. Kijken we naar het gemiddelde hooi/kuil dat aan paarden gevoerd wordt in Nederland, dan zit er in elke kilo 0,47 EWpa (0,61 EWpa per kg droge stof). Om de energiebehoefte te dekken van 7,1 EWpa per dag zou je daarvan dus 15 kilo hooi moeten voeren. En om de energiebehoefte te dekken van een topsportpaard die 11,0 EWpa per dag nodig heeft, zou je 23 kilo van het gemiddelde hooi uit Nederland moeten voeren. Dat gaat dus niet. Vandaar dat sportpaarden over het algemeen krachtvoer nodig hebben om de hogere energiebehoefte te dekken, zoals Pavo TopSport, Pavo SportsFit of Pavo Ease&Excel. Suikergehalte in paardenvoer De grootste hoeveelheid suiker die paarden op een dag binnenkrijgen komt via het gras of het hooi. Een te hoog suikergehalte kan leiden tot overgewicht, hoefbevangenheid en insulineresistentie. Het is dan ook terecht dat er veel aandacht is voor suiker in de voeding van probleempaarden. Let daarbij niet alleen op gehaltes (en hoeveelheden) in het krachtvoer, maar juist ook op de gehaltes in het gras, kuil en hooi dat je voert. Hier krijgen ze namelijk veel meer kilo’s van binnen per dag. Tussen het suikergehalte van hooi, gras en kuil zitten verschillen. Gemiddeld zit er in hooi en voordroogkuil 100 gram suiker per kilo droge stof. Oftewel 10 procent van de droge stof in hooi of kuil is suiker. Als een paard 10 kg droge stof hooi eet (dat is ongeveer 11,5 kilo hooi), eet hij een kilo suiker. Zet het paard volop in het gras en hij krijgt minstens 2kg suiker per dag binnen! Het suikergehalte in het hooi of kuil kan ook sterk verschillen. Als gras ‘s ochtends gemaaid is, dan is het suikergehalte beduidend lager dan wanneer het aan het eind van de middag gemaaid is. Het suikergehalte in ruwvoer zou optimaal normaal tussen de 40 en 100 gram per kilo droge stof moeten komen te liggen. Komt het suikergehalte boven de 140 gram, dan is dat te hoog. Vitamines, mineralen en sporenelementen Uit onze ruwvoermonitor blijkt dat het ruwvoer dat we in Nederland voeren bijna altijd tekorten heeft in de sporenelementen zink, koper en selenium. Mineralen zijn betrokken bij belangrijke lichaamsfunctie. Van de mineralen zijn vooral calcium, fosfor en magnesium belangrijk. Hiervan heeft het paard dagelijks veel nodig (d.w.z. in 'eetlepel'  hoeveelheden). Belangrijk voor de ruwvoerkwaliteit is de verhouding tussen calcium en fosfor, die voor sterke botkwaliteit zorgt. Normaal hoort die verhouding tussen de 1,5 en 2,5 op 1 te liggen. Dat betekent dat het calciumgehalte grofweg 2 maal zo hoog moet zijn als het fosforgehalte. Bij ruwvoer voor jonge paarden is een verhouding van 1,5 tot 2,0 op 1 ideaal. De belangrijkste sporenelementen voor paarden zijn koper, zink, mangaan en selenium. Deze elementen heten sporenelementen, omdat paarden ze in zeer kleine hoeveelheden (milligrammen) per dag nodig hebben, maar ze hebben het wél nodig. Koper is belangrijk voor de botontwikkeling en hemoglobinevorming, en zink is nodig voor eiwitsynthese en stofwisseling. Selenium is een antioxidant en dus voor het immuunsysteem en de spieren belangrijk. Selenium is belangrijk, maar let op: het is giftig bij overdosering. Een ijzertekort is bij paarden eigenlijk nooit een probleem, in ruwvoermonsters zien wij juist (te)veel ijzer.
Lees meer 5m
Voeding en gezondheid
Paardenvoer: verschillende soorten uitgelegd
Paardenvoer dat voor jouw paard het meest geschikt is, blijft een lastig onderwerp. Er zijn zoveel soorten en zoveel merken, dat je soms door de bomen het bos niet meer ziet. Waar moet je nu precies op letten bij het lezen van etiketten en het selecteren van de juiste producten om jouw paard gezond te houden? Advies paardenvoer Het meest belangrijke advies bij het kiezen van paardenvoer en het samenstellen van een goed rantsoen, is dat jij je paard goed kent. Jij weet welk ras je paard is, je kent zijn leeftijd, zijn temperament, de manier van huisvesten en hoeveel arbeid je dagelijks vraagt. Met deze informatie op zak kun je op zoek naar een geschikt voer.    Verschillende type paardenvoer Naast ruwvoer als hooi en gras (1,5 tot 2% van het lichaamsgewicht per dag) kun je - op basis van de behoefte van je paard - het rantsoen aanvullen met verschillende typen paardenvoer. Enkelvoudig ruwvoer, zoals bietenpulp, luzerne of grasbrokken. Zoals Pavo Speedibeet, Pavo Fibrebeet of Pavo FibreNuggets Ruwvoermix (ook wel chaff of blend genoemd); mix van verschillende soorten ruwvoer. Voorbeel van een ruwvoermix is Pavo DailyPlus met gehakseld hooi, stro en luzerne. Balancer; mix van vitaminen, mineralen en sporenelementen bedoeld om een ruwvoerrantsoen in balans te brengen. Een balancer, zoals Pavo Vital, is geschikt voor paarden die alleen ruwvoer of daarnaast weinig krachtvoer krijgen. Supplementen; tijdelijke aanvulling bij speciale situaties. Krachtvoer in de vorm van brokken (ook wel biks genoemd), zoals de basissportbrok Pavo Condition, Pavo AllSports en Pavo EnergyControl. Krachtvoer in de vorm van muesli, zoals Pavo Nature’s Best, Pavo 18Plus, Pavo SportsFit en een graanloze variant als Pavo Care4Life. Het grote verschil tussen brokken en muesli is dat bij brokken de grondstoffen gemalen en geperst zijn en bij muesli niet. Wat betreft voedingswaarde, kunnen muesli’s en brokken gelijk zijn aan elkaar, afhankelijk waar het product voor bedoeld is. Het enige verschil is de wijze van produceren. Het voordeel van muesli is dat het structuurrijker is (en je paard er dus langer op moet kauwen) en je kunt zien welke grondstoffen erin zitten. Voor het paard is het een maaltijd met meer afwisseling. Het nadeel is dat de kieskeurige paarden de minder lekkere elementen in het voer kunnen selecteren en laten liggen. Welk paardenvoer is geschikt voor mijn paard? Deze vraag is helaas niet zo simpel te beantwoorden, omdat dit afhangt van de eigenschappen en het karakter van je paard. De term ‘krachtvoer’ is bedoeld voor paardenvoeding die de energie uit het ruwvoerrantsoen aanvult. Heb je een paard dat recreatief wordt gereden en/of eentje dat voldoende heeft aan de beschikbare energie in zijn ruwvoer, ga dan niet op zoek naar krachtvoer, maar zoek een ruwvoermix met een balancer uit. Heb je een sportpaard, let dan vooral op de hoeveelheid vet/olie (energiebron) en het gehalte aan vitamine E (anti-oxidant). Heb je een sober ras, kijk dan naar het gezamenlijke suiker/zetmeelgehalte. Weet je niet precies waar je op letten, vraag dan advies aan een specialist. Pavo heeft ook voedingsdeskundigen in dienst die je gratis verder kunnen helpen. Waar kun je paardenvoer kopen Tegenwoordig is het kopen van paardenvoeders gemakkelijk. De meeste mensen hebben een vaste voerleverancier of dealer in de buurt. Maar wist je dat je ook online paardenvoer kunt bestellen? Wij hebben onze eigen Pavo webshop, maar er zijn ook verschillende webshops die meerdere merken aanbieden. Sommige voerleveranciers hebben ook een eigen webshop. Het is de moeite waard om je hier eens in te verdiepen, want vanaf een bepaalde hoeveelheid wordt het gratis bij jou voor de deur of op je stal afgeleverd. Interessant om met een groepje stalgenoten te doen bijvoorbeeld!   Paardenvoer zonder suiker In de laatste jaren is er veel gezegd en geschreven over suikers in paardenvoeding. Onthoud dat we altijd spreken van het gezamenlijke aandeel suikers én zetmeel, omdat zetmeel in het paardenlichaam wordt afgebroken tot suikers. Suikers leveren zogenaamde ‘snelle’ energie. Heel geschikt voor sportprestaties waar veel energie voor nodig is, maar minder geschikt voor paarden die minder hard werken of van zichzelf al erg sober zijn. Kijk bij de keuze voor een speciaal product dan ook niet alleen naar de kreten op de verpakking zoals ‘speciaal voor Tinkers’, of ‘voor paarden die snel te dik worden’, maar bestudeer de samenstelling van het voer. Krachtvoer met een ‘laag suikergehalte’ mag al zo heten met minder dan 20% suiker én zetmeel samen. Graanvrij paardenvoer Er komt steeds meer vraag naar graanvrij paardenvoer. Op zich begrijpelijk, omdat paarden evolutionair gezien praktisch geen granen aten; die bestonden op wat wilde haver na simpelweg nog niet. Granen zijn als paardenvoer ingevoerd toen de werkpaarden geen ‘tijd’ hadden om de hele dag te grazen en voedsel te zoeken vanwege hun werk op het land. Van alle granen is haver het best verteerbaar voor paarden. Daarnaast zijn de moderne krachtvoeders, mits van kwaliteitsmerken, tegenwoordig zo bewerkt dat het zetmeel in de granen ontsloten wordt voor betere opneembaarheid. Dus als je paard om de één of andere reden onvoldoende energie uit ruwvoer kan halen, is krachtvoer een prima keuze. Kan hij wel voldoende energie uit ruwvoer halen, dan volstaat een balancer of ruwvoermix. Wat zijn de juiste gehaltes? Als je het ruwvoerrantsoen van je paard wilt aanvullen met krachtvoer, is het belangrijk dat je de juiste samenstelling van gehaltes vindt. Eigenlijk kun je pas echt gericht aanvullen als je weet hoeveel suiker, eitwit en energie er in je ruwvoer zit, aangezien dit veruit de grootste voedingsbron voor je paard is. Met de Pavo Ruwvoer Quickscan kun je het ruwvoer laten analyseren. Hieronder vind je een globaal overzicht van gehaltes waar je op kunt letten bij je krachtvoerkeuze.    Gehaltes Benaming % Wanneer? Ruwe celstof Laag <8% Naast veel ruwvoer   Gemiddeld 9-11% Naast beperkt ruwvoer   Hoog >15% Naast weinig ruwvoer         Ruw eiwit Laag <7% Naast gras   Gemiddeld 8-10% Naast hooi/ kuilvoer   Hoog >12% Merrie en veulen         Zetmeel & suiker Laag <20% Insulineresistentie   Gemiddeld 30-32% Sportpaard   Hoog >35% Topsport of rensport         Ruw eiwit Laag <3% Dikke paarden   Gemiddeld 4-6% Beetje extra energie nodig   Hoog >7% Magere paarden Bron: Anneke Hallebeek, dierenarts specialist veterinaire diervoeding Wat is natuurlijk paardenvoer? Het verschil tussen natuurlijk en niet-natuurlijk, ofwel synthetisch, is dat natuurlijke voedingsstoffen in de natuur ontstaan en van plantaardige oorsprong zijn. Synthetische (of kunstmatige) voedingsstoffen zijn in een laboratorium gemaakt. Krachtvoer is samengesteld uit allerlei, zorgvuldig geselecteerde, natuurlijke grondstoffen, maar vitaminen en mineralen zijn echter vaak (deels) van synthetische oorsprong. Dit komt, omdat het toevoegen van natuurlijke vitaminen een kostbaar en ingewikkeld proces is. Het proces om echt ‘natuurlijk’ voer te maken is ook anders. Het vindt plaats bij veel lagere temperaturen, waardoor de oorspronkelijke voedingsstoffen behouden. Het nadeel hiervan is de veel kortere houdbaarheid, omdat schadelijke schimmels en bacteriën niet worden gedood. Iedereen ziet graag zo min mogelijk conserveringsmiddelen in zijn paardenvoer, maar niemand wil een zak voer waar na enkele weken al de schimmel op staat. Of erger nog, het risico lopen dat je paard gevaarlijke bacteriën of schimmels binnenkrijgt.   De term ‘natuurlijke paardenvoeding’ wordt te pas en te onpas gebruikt. Ons advies is om je vooraf goed te laten informeren of het product wel echt zo ‘natuurlijk’ is als je denkt. En vraag je daarbij af of het werkelijk zo belangrijk is dat er geen functionele nutriënten worden toegevoegd ten behoeve van de gezondheid van je paard. Eet jij zelf bijvoorbeeld 100% biologisch-dynamisch en neem je nooit een vitaminepil? Advies over paardenvoer en producten vergelijken Men zegt vaak dat alleen onafhankelijke deskundigen goed advies kunnen geven, maar dat is niet zo gemakkelijk als het lijkt. Voeding is complexe materie en er bestaat geen speciale opleiding voor. De meeste voedingsdeskundigen in Nederland en België zijn in dienst van een producent of brengen zelf een merk op de markt. En dat is niet erg, omdat ze dagelijks met voeding bezig zijn, zijn ze erg kundig. Aarzel dus niet om contact op te nemen en te vragen om advies. Je ontvangt niet slechts een voorstel voor een product, maar er wordt uitgelegd wat jouw paard in de ogen van de deskundige nodig heeft, waarom dat zo is en welk voer daar het beste bij past. Op Voervergelijk kun je alle producten die in Nederland verkrijgbaar zijn met elkaar vergelijken. Maar wees alert, want sommige producenten geven geen openheid van zaken over de complete samenstelling van het voer. Dan is het meestal niet helemaal pluis. Heb je vragen over welke voeding jouw paard nodig heeft of welke producten voor jouw paard het meest geschikt zijn, neem dan contact op met Pavo VoerAdvies.
Lees meer 5m
Voeding en gezondheid
Brokkelhoeven bij paarden voorkomen en genezen
Brokkelhoeven kunnen invloed hebben op het gehele bewegingsapparaat van het paard. De oorzaak van brokkelhoeven kan liggen in droogte, erfelijkheid, onvoldoende beweging, een slecht passend of versleten beslag of tekorten in de voeding. Maar hoe kan ik brokkelhoeven voorkomen? En hoe pak ik brokkelhoeven aan? Wat zijn brokkelhoeven? Brokkelhoeven zijn hoeven waarvan de hoornwand afbrokkelt en loslaat. De oorzaak van brokkelhoeven kan liggen in droogte, erfelijkheid, onvoldoende beweging, een slecht passend of versleten beslag of tekorten in de voeding. Vooral in de zomer komen brokkelhoeven regelmatig voor. Droogheid verwijdert vocht uit de hoeven en zanderige, steenachtige bodems veroorzaken breuken en scheuren in de hoef. Als de hoornwand van een hoef te veel breekt moeten paarden steeds meer op de gevoelige zool lopen. Dit is zeer pijnlijk voor een paard en belemmerd hem in de beweging. De conditie van de hoeven beïnvloedt zelfs de positie van de benen. Bij slechte of ongelijk hoefgroei kan het been een verkeerde positie innemen. Goede hoefverzorging is daarom erg belangrijk voor je paard! Hoe kun je brokkelhoeven bij paarden voorkomen? Natmaken en invetten Om brokkelhoeven te voorkomen moet je hoeven regelmatig nat maken. De hoeven kunnen na het natmaken eventueel ingevet worden. Hoefvet zorgt ervoor dat de hoef het vocht langer vasthoudt. Het smeren van hoefvet op droge hoeven heeft daarentegen juist een tegenovergesteld effect: het vocht wordt door het hoefvet geweerd waardoor de hoef juist eerder uitdroogt.  Zuurstof en voedingsstoffen door hoefmechanisme Een paardenhoef wordt van zuurstof en voedingsstoffen voorzien door middel van het hoefmechanisme. Wanneer een paard beweegt en de hoef op de grond zet wordt de hoef door druk van de ondergrond wijder. Doordat de hoef wijder wordt zuigt deze bloed aan. Wordt de hoef vervolgens weer opgetild dan neemt de hoef zijn oorspronkelijke, iets nauwere, vorm aan. Hierdoor wordt het bloed uit de hoef gepompt. Wanneer paarden onvoldoende bewegen kan dit pompsysteem niet functioneren, en worden de hoeven van het paard onvoldoende voorzien van voedingsstoffen en zuurstof. Dit kan resulteren in brokkelhoeven. Om brokkelhoeven te voorkomen is beweging dus zeer belangrijk! Regelmatig bezoek van een hoefsmid Regelmatig bezoek van een vakkundige hoefsmid draagt ook bij aan het voorkomen van brokkelhoeven. Wanneer een hoef niet op tijd wordt bekapt, kunnen tenen zo lang worden dat deze gaan scheuren. Een niet passend of versleten ijzer belemmert het hoefmechanisme waardoor doorbloeding van de hoef wordt beperkt. Eiwit en energie voor gezonde hoeven   Een slecht uitgebalanceerd dieet kan een oorzaak zijn van brokkelhoeven. Eiwit en energie spelen een belangrijke rol in de hoefgezondheid en de aanmaak van celeiwit en keratine. Keratine is een structuureiwit en het belangrijkste bestanddeel van haar en hoeven. Keratine biedt verbinding, stevigheid en bescherming aan de hoef.   Eiwit is opgebouwd uit aan elkaar geketende aminozuren. Zwavelhoudende aminozuren (zoals methionine en cystine) zijn belangrijke bouwstenen voor de hoefstructuur. Ze zorgen voor de opbouw van celeiwit en keratine, en voor een flexibele verbinding tussen de cellen in het hoefhoorn. Voor een optimale groei en ontwikkeling van de hoef is voldoende energie vereist. Hoeven hebben een relatief grote hoeveelheid gemakkelijk beschikbare glucose nodig in vergelijking met andere weefsels. Vitaminen A, B6 en B8 Naast energie en eiwit zijn ook verschillende vitaminen en sporenelementen van belang in het voorkomen van brokkelhoeven. Vitamine B6 is zeer belangrijk binnen de aminozurenstofwisseling. Omdat eiwit een belangrijke rol speelt in de hoefgezondheid doet vitamine B6 dit indirect ook. Ook vitamine A is van belang voor hoefgezondheid. Vitamine A is een vitamine dat moet binnenkomen via de voeding, het lichaam kan dit niet zelf aanmaken. Vitamine A speelt een rol in celdeling en een tekort kan leiden tot kroonrandontsteking. Een derde vitamine dat een effect heeft op hoefkwaliteit is vitamine B8, beter bekent als biotine. Biotine is een vitamine dat normaal gesproken wordt geproduceerd door bacteriën in de dikke darm. Biotine verhelpt de onregelmatigheden in de structuur van de hoefhoorn en verbeterd een verstoorde hoornkwaliteit. Sporenelementen koper en zink Sporenelementen die een rol spelen in het voorkomen van brokkelhoeven zijn koper en zink. Koper is van invloed op de sterkte van de buitenste hoefwand en is een belangrijk onderdeel van enzymen die celmembranen beschermen. Zink is nodig voor opbouw van hoefwandcellen en is een onderdeel van enzymen die nodig zijn voor de synthese van keratine. Daarnaast is zink een antioxidant. Ruwvoer kan te weinig koper en zink bevatten. In dat geval is het noodzakelijk aan te vullen door middel van krachtvoer of een supplement (VoerVergelijk, zd). Biotine voor sterke hoeven Biotine, vitamine B8, is een wateroplosbare vitamine. Dit wil zeggen dat dit vitamine niet door het lichaam opgeslagen kan worden. Onderzoek heeft aangetoond dat een biotine supplement bij mensen een positief effect heeft op broze nagels en verschillende huidaandoeningen. Er zijn slechts enkele onderzoeken uitgevoerd bij paarden omtrent de effectiviteit van biotine. De resultaten van deze onderzoeken wisselen sterk. Biotine wordt toegepast bij paarden met droge -, broze  - en brokkelhoeven of andere hoefproblemen. Naast het verhelpen van onregelmatigheden in de structuur van de hoefhoorn en verbeteren van een verstoorde hoornkwaliteit zagen wetenschappers een toename van hoefgroei en hardheid (VoerVergelijk, 2012). Waar let je op bij een biotine supplement? Het voordeel van biotine is dat het een veilig supplement is. Er is geen risico op overdosering en het is niet gevaarlijk als je paard meer binnenkrijgt dan nodig. Er zijn ook geen negatieve bijwerkingen waargenomen. De exacte behoefte van paarden aan biotine is echter niet heel duidelijk, omdat er meerdere factoren van invloed zijn op de vacht en hoeven. Houd er wel rekening mee dat je biotine over een lange periode dagelijks aan je paard moet geven om effect te kunnen zien. Ga uit van zes tot negen maanden voordat je kunt zeggen dat de hoefkwaliteit echt beter is. Belangrijk bij een biotine supplement is echter niet alleen het gehalte aan biotine! Om een optimale hoornkwaliteit te ondersteunen is uit onderzoek gebleken dat een juiste combinatie van biotine, koper, zink en essentiële aminozuren (zoals methionine) effectiever is dan alleen een hoge dosis biotine. In Pavo BiotinForte zijn die verhoudingen precies op elkaar afgestemd, zodat je met één product voor optimale ondersteuning zorgt! Tips bij droge hoeven Stoffig, droog zand, stalbedding verontreinigd met ammoniak en droge paddocks zorgen ervoor dat vocht uit de hoef wordt verwijderd. Met onderstaande tips pak jij droge hoeven aan: Creëer in de wei een natte plek rond de waterbak. Als je paard komt drinken, staat hij dan steeds even in de vochtige/ natte grond. Maak tijdens een droge periode de voeten van je paard dagelijks nat, bijvoorbeeld door hem even af te spuiten als je hebt gereden, je paard een voetbad te geven of een vochtige luier om de hoef te binden. Je kunt beter geen vet of olie op droge voeten smeren, omdat je ze daarmee juist waterafstotend maakt en ze geen vocht meer kunnen opnemen. Het kan echter wel helpen om de voeten eerst goed nat te maken en dan een laagje olie of vet op de hoef te smeren om het vocht iets langer vast te houden. Geef je paard voldoende beweging, dit stimuleert de bloedsomloop. Hoeven worden op deze manier voorzien van voedingsstoffen en zuurstof. Regelmatig bezoek van een vakkundige hoefsmid. Verstrek een uitgebalanceerd dieet met voldoende essentiële aminozuren, energie, vitamine A, vitamine B6, vitamine B8, koper en zink.
Lees meer 4m
Voeding en gezondheid
Krijgt mijn paard genoeg vitaminen en mineralen?
Een gezond rantsoen voor een paard bestaat uit ruwvoer, wat je naar behoefte aanvult met krachtvoer. Alleen is de hoeveelheid vitaminen, mineralen én sporenelementen die een paard hiermee binnenkrijgt vaak niet voldoende. Maar hoe weet je nu of jouw paard tekorten heeft? Je kunt helaas niet altijd aan de buitenkant zien of je paard wel genoeg vitaminen- en mineralen binnenkrijgt en dat maakt het heel erg lastig. Zelfs in een bloedonderzoek is een tekort moeilijk aan te tonen, omdat het maar een momentopname is en omdat tekorten ook niet altijd zichtbaar zijn in het bloed. Van sommige paarden is bijvoorbeeld bekend dat ze zand of mest gaan eten als ze behoefte hebben aan aanvulling, maar ook dat is lang niet altijd het geval. Daarom hebben wij drie situaties opgesteld, waaraan je kunt afleiden of je paard of pony een aanvulling nodig heeft. 1. Vitamine voor een paard met alleen ruwvoer en/of weidegang Aan de buitenkant kun je niet zien hoeveel vitaminen en mineralen er in jouw hooi of voordroog zit, ook al ruikt het nog zo lekker of is de kleur mooi; dit zegt niets over de kwaliteit. Uit jarenlang ruwvoeronderzoek blijkt dat de gehalten aan vitaminen, mineralen en sporenelementen de afgelopen jaren steeds verder afnemen. Met andere woorden, in ruwvoer alleen zitten dus niet voldoende voedingsstoffen om in de benodigde dagelijkse hoeveelheid van je paard te voldoen. Aanvulling met een dagelijkse balancer, zoals Pavo Vital, is dan de oplossing. 2. Genoeg vitamine voor een paard dat weinig krachtvoer krijgt Als je je paard 1,5 á 2 kilo krachtvoer per dag geeft, dek je de vitaminen- en mineralenbehoefte normaal gesproken voldoende af. Voor een pony (300 kilo) geldt dit bij 0,75 kilo krachtvoer per dag. Onder krachtvoer vallen brokken, zoals Pavo Condition en muesli’s, zoals Pavo Nature’s Best en Pavo 18Plus. Voer je minder dan 1,5 kilo aan je paard en/of minder dan 0,75 kilo per dag aan je pony? Dan is aanvulling van vitaminen, mineralen en sporenelementen aan te raden.   3. Vitamine tekort? Dat kan leiden tot vage gezondheidsklachten Als er sprake is van een vitaminen- en mineralentekort gaat het lichaam van je paard als eerste besparen op de onderdelen die niet perse noodzakelijk zijn om te overleven, zoals de kwaliteit van de vacht en hoeven. Enkele aanwijzingen van een tekort kunnen zijn als je paard of pony last heeft van brokkelhoeven, zijn vacht dof is, moeite heeft met verharen of stijve spieren heeft. Als je paard slechte hoeven heeft kan het helpen om hem biotine bij te voeren, dat ondersteunt de vacht en hoeven. Ook bij herstel na ziekte of een periode van verminderde weerstand, kan het verstandig zijn om je paard iets extra’s te geven. Door dagelijks een zogenaamde ‘balancer’ te voeren, zorg je dat het lichaam van je paard goed kan functioneren. Zo weet je altijd dat zijn vitamine niveau op pijl is.​
Lees meer 1m
Voeding en gezondheid
Paardenziektes in alle soorten en maten
Paardenziektes en aandoeningen zijn er in veel verschillende soorten en maten. Veel te veel om ze allemaal op te noemen. Er bestaat ook geen lijst waar alle ziektes die paarden kunnen krijgen op genoemd staan. Daarom richten we ons in dit artikel op de meest voorkomende. Verschillende soorten paardenziektes Grofweg kun je een indeling maken van verschillende delen van het paardenlichaam waar iets mis mee kan zijn of waar symptomen of klachten zich kunnen uiten. Let wel, in deze indeling kun je niet zien of de oorzaak een infectieziekte of een erfelijke aandoening is. Bewegingstelsel Botten Spieren Pezen en banden Gewrichten Hoeven Spijsverteringstelsel (inclusief voedingsgerelateerde hormonen) Gebit Slokdarm Maag Darmen Lever Nieren Luchtwegen en huid Luchtpijp en longen Huid Hart & bloedsomloop Hart Bloed Bloedvaten Zenuwstelsel Hersenen Ruggenmerg Zenuwen  Paardenziektes gerelateerd aan de spijsvertering Als we inzoomen op voeding gerelateerde paardenziektes, dan hebben we hier de meest voorkomende op een rijtje gezet. Let op: bij al deze ziektes en aandoeningen is het belangrijk dat je eerst je dierenarts belt! Slokdarmverstopping: dit is een ophoping van voedsel in de slokdarm, waardoor het voedsel dat richting de maag getransporteerd wordt, stagneert. Maagzweer: een maagzweer is een pijnlijke beschadiging van de maagwand door een verstoorde maagzuurhuishouding of wormeninfectie. Koliek: koliek is een verzamelnaam voor buikpijn en kent verschillende vormen: gaskoliek, krampkoliek, verstoppingskoliek, zandkoliek en koliek door verdraaiing van (een deel van) de darmen Diarree of slappe mest: diarree is mest waar het vocht niet is uitgehaald omdat het te snel door het spijsverteringskanaal is gegaan Hoefbevangenheid: hoefbevangenheid is een zeer pijnlijke ontsteking tussen de hoefwand en het hoefbeen. Dit kan vele verschillende oorzaken hebben, meestal stofwisselingsproblemen Insulineresistentie en EMS: insulineresistentie is een stofwisselingsstoornis waarbij de insulinereceptoren pas heel laat reageren op insuline. Hierdoor wordt glucose in het bloed niet of minder goed opgenomen in de spieren en moet op een andere manier verwerkt worden. Bij EMS (Equine Metabolic Syndrome) is niet alleen de suikerstofwisseling verstoord maar ook de vetstofwisseling. Allergie of intolerantie: dit is een nog redelijk onbekend gebied, maar het lijkt erop dat sommige paarden allergisch kunnen reageren op gluten of granen. Het is erg moeilijk om aan te tonen. Wat kun je zelf doen om je paard gezond te houden? Een gezond spijsverteringskanaal kan een hoop (voeding gerelateerde) problemen voorkomen. Hieronder vind je een aantal tips die je kunnen helpen om het spijsverteringsstelsel van je paard gezond te houden. Geef altijd eerst ruwvoer voor de krachtvoermaaltijd. Hierdoor blijft de zuurgraad in de maag stabiel en gaat het krachtvoer niet te snel door de dunne darm heen. Je kunt je krachtvoer ook mengen met Pavo SpeediBeet, hiermee voeg je vocht en vezels toe aan je krachtvoer waardoor het veel beter wordt verteerd en opgenomen. Zorg voor het gebit van je paard. Goed kunnen kauwen is heel belangrijk voor de aanmaak van speeksel en voorkomen dat de maag te zuur wordt. Extra kauwen kun je tevens stimuleren door Pavo DailyPlus door je krachtvoer heen te doen. Mocht normaal ruwvoer moeilijk te eten zijn voor je paard bijvoorbeeld door ouderdom of gebitsklachten dan kan Pavo FibreNuggets een oplossing bieden. Deze makkelijk te eten grasbrokken worden eerst geweekt in water en bevatten in tegenstelling tot normaal ruwvoer een constante samenstelling. Geef krachtvoer - als je paard dat nodig heeft - verdeeld over meerdere kleine porties per dag. Dit is niet alleen beter voor de maag en darmen, je beperkt hiermee ook grote fluctuaties in de glucosespiegel en daarmee ook de insulinespiegel. Zorg bij gevoelige paarden dat je voer geeft dat extra bescherming biedt aan de organen van het spijsverteringsstelsel. Pavo Ease&Excel is hier speciaal voor ontwikkeld. Voorkom plotselinge overgangen in de dagelijkse voeding. Zet je paard niet van het ene op het andere moment op gras. Maak de overgang naar een nieuwe partij ruwvoer geleidelijk en introduceer nieuw krachtvoer ook langzaam in het rantsoen. Voeradvies bij paardenziektes De missie van Pavo is om een bijdrage te leveren aan de gezondheid van jouw paard. Daarvoor ontwikkelen we niet alleen goed paardenvoer, maar delen we ook onze kennis. Heb je een vraag over een voedingsgerelateerde aandoening bij je paard? Bespreek ze dan met de deskundigen van het Pavo VoerAdvies team. Wij helpen je graag verder!
Lees meer 2m
Voeding en training
Wat is het verschil tussen Pavo E’lyte en Pavo ReHydrate?
Pavo E’lyte en Pavo ReHydrate zijn allebei supplementen voor paarden die zweten en/of een zware inspanning moeten leveren. Ze bevatten ook beide elektrolyten – de zouten die paarden bij het zweten verliezen, maar hebben toch allebei een andere functie. In dit artikel leggen we de verschillen aan je uit. Wat zijn elektrolyten? Net als wij mensen, verliest een zwetend paard naast vocht ook lichaamszouten, zoals natrium, kalium, chloride, calcium en magnesium. Dit worden ook wel elektrolyten genoemd. Deze stoffen spelen een onmisbare rol in het stabiel houden van de zuurtegraad van het bloed en daarmee alle orgaanfuncties, waaronder ook de spieren. Voor een optimaal functioneren van je paard is het dus belangrijk om verloren lichaamszouten op tijd aan te vullen. Wist je dat… paarden die gemiddeld zweten (nat onder het dekje en enkele schuimplekken bij de teugels en tussen de achterbenen) al 12-16 theelepels zout verliezen? Lees hier meer over hoeveel zout paarden verliezen bij zweten. Hoe weet je wanneer je zout moet aanvullen? Als je zouten niet op tijd aanvult, kan er een tekort ontstaan. Dit kun je merken aan het uithoudingsvermogen van je paard: hij wordt sloom, lusteloos en is niet vooruit te branden. Bij ernstige tekorten bestaat er zelfs een kans op uitdroging en koliek. Merk je dat je paard het werk niet meer goed kan volhouden en sloom is? Grote kans dus dat je zout moet aanvullen. Dat kan met een zoutblok of liksteen, maar beter is het om elektrolyten speciaal voor paarden te geven, zoals Pavo E’lyte of Pavo ReHydrate. Pavo E’lyte: elektrolyten voor optimaal uithoudingsvermogen Pavo E’lyte is een volledig elektrolytensupplement gemaakt van kleine brokjes (hagelslagkorrels). Het bevat alle benodigde lichaamszouten (elektrolyten) in de juiste onderlinge verhoudingen. Vooral de verhoudingen zijn belangrijk voor een goede aanvulling en opname! Geschikt voor: (sport)paarden en –pony’s die zweten, geschikt in elke discipline. Voeradvies: je kunt Pavo E’lyte geven vóór, tijdens en na het werk. Bij lichte arbeid is 100 gram per dag voldoende. Bij intensieve inspanning, veel zweten en/of erg warm weer kun je dit opvoeren naar 200 gram per dag. Hou voor een pony de helft van de hoeveelheden aan. Tip: meng Pavo E’lyte met slobber of Pavo FibreBeet. Zo eet je paard het gegarandeerd met smaak op en krijgt hij meteen extra vocht binnen. Ook ideaal voor op wedstrijden! Pavo E’lyte is een complete elektrolytenmix om zouten aan te vullen die bij zweten verloren gaan. Pavo ReHydrate: sportdrank voor een snel herstel Pavo ReHydrate is een sportdrank (vloeibaar dus) voor de echte topsporters! Het is een geconcentreerde sportdrank met elektrolyten én glucose, die er samen voor zorgen dat je paard snel herstelt na een zware inspanning. De juiste combinatie van elektrolyten en het hoge aandeel glucose is wat dit product zo uniek maakt. Op deze manier zorgt het namelijk niet alleen voor een direct herstel van de elektrolytenbalans, maar ook voor de aanvulling van energie. Daarnaast wordt bij het opnemen van ReHydrate de natuurlijke dorstprikkel gestimuleerd, waardoor je paard sneller gaat drinken en zo zijn natuurlijke vochtbalans kan herstellen. Geschikt voor: sportpaarden na zware inspanning en na verlies van veel elektrolyten door hevig zweten. Ook geschikt bij transport en voor paarden die symptomen van uitdroging laten zien. Pavo ReHydrate wordt veel gebruikt bij duursporten, zoals endurance en eventing. Voeradvies: geef Pavo ReHydrate ná de inspanning, zoals een zware training of wedstrijd. Je kunt het oplossen in drinkwater, mengen met het voer of rechtstreeks in de mond toedienen met een spuit. Heel belangrijk: zorg in alle gevallen dat je paard beschikking heeft over voldoende koel, schoon en vers drinkwater! De dosering is afhankelijk van de manier van voeren en de arbeidsintensiteit. Bekijk hiervoor het voervoorschrift van Pavo ReHydrate. Pavo ReHydrate is een sportdrank voor echte topsporters, die je geeft ná een zware inspanning om een snel herstel te ondersteunen! Kan je Pavo E’lyte en Pavo ReHydrate ook combineren? Absoluut! Als jij fanatiek met je paard aan het sporten bent, duursporten doet en/of regelmatig met de trailer onderweg bent, is de combinatie van Pavo E’lyte en Pavo ReHydrate een hele goede. Zo bied je namelijk de complete sportverzorging: geef Pavo E’lyte voorafgaand aan de arbeid voor maximaal uithoudingsvermogen en meng Pavo ReHydrate naderhand door het drinkwater, met het voer of spuit het direct in de mond voor een snel herstel van elektrolyten, vocht én energie. Het verschil tussen Pavo E’lyte en Pavo ReHydrate is dus: Brokjes vs. drank (vloeibaar) Elektrolyten vs. elektrolyten én glucose Voorafgaand aan de inspanning vs. na de inspanning Bekijk de video: wanneer moet ik elektrolyten aanvullen?
Lees meer 2m
Voeding en training
Hoe kun je een sloom paard actiever maken?
Is jouw paard sloom en wil je hem graag wat actiever en ‘heter’ maken? Een groot deel zit in het karakter van je paard, maar met behulp van de juiste training en voeding kan je het in ieder geval proberen! Flegmatiek paard actiever maken Heb jij een flegmatiek paard? Oftewel een paard dat ontzettend braaf en goedaardig is, maar ook erg rustig en soms liever lui dan moe is? Dit is echt het karakter van het paard en kun je met geen enkel voer oplossen. Misschien dat je heel iets verschil merkt als je producten met snelle energie, zoals Pavo Triple P, gaat bijvoeren, maar vaak is het eerder dat je paard aankomt dan dat hij er heter en looplustiger van wordt. Bij dit soort paarden helpt afwisseling in het werk, zoals veel overgangen rijden en lekker het bos in voor wat draf en galopwerk vaak meer dan ander voer. Een paard houdt van regelmaat, maar elke dag hetzelfde doen kan saai worden. Afwisseling in werk kan dus ook een oplossing zijn! Paard heter maken, maar niet dikker Is je paard van zichzelf niet lui, maar wel snel dik en wil je hem toch looplustiger hebben, dan is het goed te kijken naar wat voor soort energie je hem geeft. Ruwvoer blijft natuurlijk altijd de belangrijkste basis. Wat betreft krachtvoer kun je kiezen uit muesli of brokken met meer koolhydraten (suiker en zetmeel) als snelle energiebron of voer met een hoger vetpercentage voor langwerkende, langzaam vrijkomende energie. Juist die eerste is geschikt om paarden wat feller te maken. Koolhydraten worden namelijk als eerste verteerd: al in de maag en dunne darm. Hierdoor komt het ook snel beschikbaar. Dit wordt ook wel ‘snelle’ energie genoemd. Pavo Triple P is een echte ‘powermuesli’ die zorgt voor direct merkbare energie en explosieve kracht. Koolhydraten worden ook als eerste weer verbrand. Het extra geven van koolhydraatrijk krachtvoer hoeft dus geen dikker paard op te leveren. Voorwaarde is wel dat de energie ook daadwerkelijk verbrand wordt door te werken met het paard! Dus heet of teveel voeren, maar niet hard werken zal anders ook weer resulteren in een dikker paard. Werk en binnenkomende energie moeten wel in verhouding blijven staan. Overgewicht maakt je paard ook sloom Een paard dat eigenlijk al te dik is, kan ook niet meer heel voorwaarts zijn, omdat het dan simpelweg moeilijk is om te bewegen. Belangrijk is dan dat je je paard eerst laat afvallen. Van een gezond gewicht is sprake als je de ribben net niet kunt zien, maar wel makkelijk kunt voelen. Om precies te beoordelen of je paard te dik, te dun of precies goed is, kun je een Body Condition Score bij je paard uitvoeren. Met deze methode beoordeel je op verschillende plekken op het lichaam de hoeveelheid onderhuids vet. Eenmaal op het juiste gewicht blijken veel paarden en pony’s dan al uit zichzelf meer voorwaarts en soepeler. Het is alleen even door de zure appel heen bijten in de periode van afvallen, want dan moeten ze werken op minder krachtvoer en zullen ze ook slomer zijn. Moeite met afvallen? Het Pavo InShape Program helpt je! Samen met o.a. de Gezondheidsdienst voor Dieren en twee sportfysiologen (Dr. Carolien Munsters en Irene Tosi) heeft Pavo een compleet afvalprogramma voor paarden ontwikkeld: het Pavo InShape Program. Dit programma helpt je vanuit drie pijlers: management, voeding en training, naar een gezonder en fitter paard. Download hier gratis het Pavo InShape Program en start vandaag nog! Oorzaak lusteloos en futloos paard Als je paard ineens snel ‘leeg’ is en lusteloos en futloos aanvoelt, kan dat ook komen door een elektrolytentekort. Bij het zweten verliest een paard naast vocht ook lichaamszouten, die ook wel elektrolyten worden genoemd. Een tekort hieraan zorgt ervoor dat het uithoudingsvermogen van je paard achteruitgaat, waardoor hij sloop en lusteloos wordt. Het vocht vult een paard zelf aan door te drinken, maar de verloren lichaamszouten, zul jij als eigenaar moeten bijvoeren. Lees hier meer over hoeveel zout paarden verliezen en wanneer je dit moet aanvullen. Een zoutblok of liksteen kan ook zout aanvullen, al is gebleken dat de opname van het zout hiervan erg varieert. Het geven van een elektrolytensupplement speciaal voor paarden, zoals Pavo E’lyte of Pavo ReHydrate, is dan een betere oplossing. Deze voedingssupplementen bevatten niet alleen natriumchloride (zout), maar ook andere lichaamszouten die je paard door het zweten verliest. Pavo E'lyte is een elektrolytensupplement en Pavo ReHydrate is een sportdrank met elektrolyten én glucose, wat ervoor zorgt dat je paard snel herstelt na een zware training of wedstrijd. Lees hier meer over de verschillen tussen Pavo E'lyte en Pavo Rehydrate. Conditie en uithoudingsvermogen verbeteren Sommige paarden beginnen wel actief, maar zijn snel moe waardoor ze traag worden. Bij deze paarden is het vooral belangrijk om aan hun conditie te werken. Maak de training intensiever of maak langere ritten in bijvoorbeeld het bos. Veel van het werk in de bak gaat om soepel maken, rechtrichten en spieren versterken, maar weinig werk is erop gericht om de conditie te verbeteren. Langer of intensiever werk helpt dan om het uithoudingsvermogen te verbeteren. Mocht je ergens een hartslagmeter kunnen regelen of lenen is dat een leuke manier om te kijken hoe inspannend het werk eigenlijk voor je paard is; en dus ook hoeveel meer hij moet werken om zijn conditie te verbeteren. Vitamineboost voor je paard Een andere oorzaak van een sloom of traag reagerend paard kan ook te maken hebben met een gezondheidsprobleem. Soms is een simpele vitaminekuur al voldoende om een paard een oppepper te geven, bijvoorbeeld tijdens of na het verharen in het voor- en najaar. Het supplement Pavo HealthBoost geeft de gezondheid van je paard echt een opkikker en is heel geschikt om bij - of na een dipje te voeren. Maar er kunnen meer medische redenen zijn, zoals bloedarmoede. Als een normaal gesproken voorwaarts paard ineens sloom en traag wordt, is er misschien meer aan de hand en kan het slim zijn om een dierenarts te raadplegen.  
Lees meer 3m
Voeding en fokkerij
Veulenopfok: voeradvies voor jonge paarden
Een veulenopfok is een plek waar veulens naartoe gaan nadat ze zijn gespeend. Veulens en jonge paarden groeien in de eerste jaren van hun leven enorm. Een basisbrok voldoet dan nog niet aan de voedingsbehoefte van het jonge paard, maar wat moet je dan wel voeren? Veulenopfok Als een veulen gespeend is (gemiddeld bij een leeftijd van 6 maanden), gaan de meeste veulens naar de opfok. Vaak is dit een plek los van de moeder, maar het kan eventueel ook bij je thuis of op stal als er voldoende ruimte is. Een opfok kun je zien als een plek waar jonge paarden samen spelen en opgroeien. Hier leven ze in groepen waarin ze zichzelf kunnen ontwikkelen, contact hebben met soortgenoten en leren wat rangorde is. Jonge paarden groeien in de eerste jaren van hun leven enorm. Warmbloedpaarden wegen bij de geboorte gemiddeld 55 kg en na 2,5 jaar al snel 500 kg. Je kunt je wel voorstellen hoe belangrijk deze opfok voor het paard is. Voeding tijdens de opfok van veulens Nadat je het veulen hebt groot gebracht met een veulenbrok is het nog geen tijd om over te stappen op een basisbrok. Een basisbrok voldoet namelijk niet aan de voedingsbehoefte van een veulen of jaarling die nog volop in de groei is. Het meest optimale voer bevat de juiste hoeveelheid energie en eiwit voor een goede gelijkmatige groei, zoals Pavo PodoGrow. Deze brok bevat daarnaast ook essentiële vitaminen, mineralen en sporenelementen in de juiste verhoudingen voor een optimale ontwikkeling van het beendergestel. Een voorbeeld hiervan is de hoge, perfect uitgebalanceerde, calcium/fosfor verhouding in Pavo PodoGrow. Vanaf acht maanden kun je je veulen voeren met Pavo Podo® Grow tot een leeftijd van circa drie jaar. Bij de geboorte wegen warmbloedpaarden gemiddeld 55 kilo. Na 2,5 jaar al snel zo'n 500 kg.  Laten opfokken Als je paard of pony ergens anders in de opfok staat, is het niet altijd mogelijk om zelf voor een brok te kiezen die de groei en ontwikkeling van het jonge paard stimuleert. Dan kun je de noodzakelijke vitaminen, mineralen en sporenelementen ook aanvullen met een supplement, zoals Pavo PodoCare. Dit supplement zorgt voor een optimale ontwikkeling van het beenderstelsel, het versterkt het weefsel en verbetert de doorbloeding bij veulens tot een leeftijd van 30 maanden. Pavo Podo®Care is ook een goede aanvulling als je minder veulenbrok dan de aanbevolen hoeveelheid voert, bijvoorbeeld omdat het veulen snel dik wordt. Wanneer ook het bijvoeren van een supplement niet mogelijk is gedurende de opfokperiode wordt de start van een veulen nóg belangrijker. Het is dus essentieël om je veulen de eerste maanden een optimale start te geven. Zorg voor voldoende voerplaatsen Ook is het heel belangrijk dat er voldoende voerplaatsen worden aangeboden met genoeg ruimte ertussen. Zodat ieder veulen de mogelijkheid heeft om in alle rust zijn krachtvoer te eten. Voernijd is namelijk sterk aanwezig in een groep jonge paarden. Een praktische tip is om de veulens al veulenbrok bij te geven in het land. Dit kan door een gedeelte van de wei af te zetten met een hoog hek, waar alleen de veulens onderdoor kunnen lopen en de merries niet. Zo help je de veulens in hun ontwikkeling en wordt de merrie wat ontlast. Tip: geef veulens al veulenbrok bij in het land door een stuk wei af te zetten waar de merries niet kunnen komen.  Granen bijvoeren tijdens opfok Wij krijgen veel vragen over het bijvoeren van granen tijdens de veulenopfok. Enkelvoudige granen (zoals haver, gerst en maïs), bevatten wel energie (zetmeel) voor de groei, maar hebben een ongunstige mineralenverhouding. Dit brengt de complete mineralenverhouding van je rantsoen uit balans. Ons advies is dan ook om paarden tot twee jaar geen enkelvoudige granen bij te voeren.  Weideperiode van veulens en jonge paarden Wanneer een veulen of jong paard volop in de weide loopt, waarin voldoende gras staat van een goede kwaliteit, kan het bijvoeren van krachtvoer teruggenomen worden. Een veulen met een te goede conditie loopt kans op overbelaste gewrichten wat onherstelbare schade kan veroorzaken. In deze situatie is het goed om de Pavo PodoStart of Pavo PodoGrow (deels) te vervangen door Pavo PodoCare. Dit is een supplement in hagelslagvorm dat zo door het veulen gegeten kan worden. Door Podo als supplement te gegeven, krijgt het veulen wel alle noodzakelijke vitaminen en mineralen binnen, maar geen extra of onnodige energie en eiwit.
Lees meer 2m